was successfully added to your cart.
Burnout

In Nederland hebben ongeveer 1 miljoen Nederlanders last van burnout gerelateerde klachten. Het lijkt een ware volksziekte te zijn geworden. Het feit dat zoveel mensen hier last van hebben doet vermoeden dat het hier niet om een reeks individuele problemen gaat. Of toch wel? En wat kunnen we er aan doen?

In dit artikel bespreek ik allerlei zaken die te maken hebben met een burnout. Ik bespreek de symptomen van een burnout, de mogelijke oorzaken, de groepen in de samenleving waarin burnoutklachten relatief vaak voorkomen en hoe je een burnout kunt behandelen.

Wat zijn de symptomen van een burnout?

De symptomen van een burnout kun je indelen in drie groepen. De eerste is emotionele uitputting, wat zich uit in mentale en/of fysieke vermoeidheid. Hierdoor kunnen mensen zich soms lastig concentreren op hun werk en kunnen ze daarnaast vergeetachtig worden.

Dit leidt tot de tweede groep symptomen die kenmerkend is voor een burnout. Als gevolg van het oververmoeide, ‘opgebrande’ gevoel creëren mensen, bewust of onbewust, afstand tot andere mensen. Ze proberen zichzelf te beschermen tegen nog meer stress en prikkels en nemen daarom een afstandelijke houding aan ten opzichte van andere mensen.

De algehele vermoeidheid en het verminderde contact met andere mensen kan ertoe leiden dat mensen minder vertrouwen hebben in wat ze kunnen. Het werk dat ze normaal moeiteloos konden uitvoeren, verloopt minder vlekkeloos dan voorheen. Dit kan weer leiden tot nog meer stress, waardoor de vermoeidheid weer toeneemt etc.

Vaak ervaren mensen met een burnout daarnaast problemen met in slaap vallen. Door de stress en het verminderde vertrouwen in hun eigen competenties gaan mensen piekeren, waardoor ze lastiger in slaapvallen.

Als gevolg daarvan zijn ze overdag nog vermoeider, waardoor ze nog meer stress krijgen en nog minder vertrouwen hebben in hun eigen competenties. Er ontstaat dus al snel een soort vicieuze cirkel, die moeilijk te doorbreken is.

Burnout

Door de symptomen van een burnout beland je al snel in een vicieuze cirkel.

Daarom is het belangrijk om alert te zijn op de symptomen en daarnaast ook de mogelijke oorzaken van een burnout in de gaten te houden. Maar waar moet je precies op letten?

 Wat zijn de oorzaken van een burnout?

De belangrijkste bron van de symptomen van een burnout lijkt dus stress te zijn. Overmatige stress ligt ten grondslag aan de vermoeidheid, die vervolgens zorgt voor een afstandelijke houding ten opzichte van anderen. De combinatie daarvan kan zorgen dat mensen minder zelfvertrouwen hebben.

Toch krijgt niet iedereen die hard werkt en daarbij stress ervaart een burnout. Wanneer leidt stress tot een burnout en wanneer niet?

 Het WEB-model

Volgens het Werkstressoren-Energiebronnen-Burn-out (WEB) model wordt een burnout over het algemeen veroorzaakt door een disbalans tussen werkgerelateerde factoren die energie opleveren en factoren die energie kosten. Elke baan wordt gekenmerkt door zowel dingen waar je energie van krijgt, als dingen die veel energie kosten.

Als er veel factoren zijn in je werk die energie kosten, wil dit nog niet zeggen dat je onvermijdelijk op een burnout afstevent. Als deze factoren namelijk gecompenseerd worden door dingen in je werk die energie opleveren, hoeft er nog niet veel aan de hand te zijn. De energiebronnen werken dan als een soort buffer en vullen de energie die weglekt als gevolg van de werkstressoren weer aan.

Als dit echter onvoldoende in balans is en er meer energie weglekt dan er wordt aangevuld, kan dit zorgen voor een burnout. In dat geval worden de energiebronnen overschaduwd door de kosten.

Hoe werkt het WEB model?

Het WEB model heeft, naast dat een burnout veroorzaakt wordt door een disbalans van werkgerelateerde energiebronnen en stressoren, een tweede centrale aanname: Ondanks het feit dat de energiebronnen en werkstressoren sterk verschillen per beroepsgroep, leiden ze toch op een vergelijkbare manier tot een burnout.

De werkstressoren leiden over het algemeen tot de emotionele uitputting. Die uitputting zorgt er vervolgens weer voor dat mensen een afstandelijke houding aannemen richting anderen in hun omgeving.

Maar de werkstressoren hebben nog een ander negatief effect: ze verminderen de positieve invloed van de energiebronnen. Energiebronnen kunnen er normaalgesproken voor zorgen dat mensen meer vertrouwen krijgen in hun eigen competenties. Ze hebben het gevoel dat ze belangrijk zijn en iets kunnen bijdragen, waar ze energie van krijgen.

Een ander positief gevolg van werkgerelateerde energiebronnen is dat het mensen zich daardoor over het algemeen meer betrokken voelen bij hun werk en bij hun collega’s. Energiebronnen zorgen er dus juist voor dat de symptomen van een burnout minder snel ontstaan.

Wanneer er echter veel werkstressoren aanwezig zijn, kunnen deze de invloed van de energiebronnen overschaduwen. Het positieve effect van energiebronnen op het vertrouwen in de eigen competenties en de verbinding met werk en collega’s wordt door de werkstressoren overschaduwd.

De aanwezigheid van de werkstressoren zorgt er dan dus indirect voor dat mensen zich juist niet meer zo betrokken voelen bij hun werk en daarnaast het vertrouwen in hun eigen competenties verliezen.

Het Werkstressoren- en Energiebronnen model

Het Werkstressoren- en Energiebronnen model

Verschillen tussen beroepsgroepen

Volgens het WEB-model zijn de werkstressoren dus vooral de veroorzaker van de emotionele uitputting die mensen met een burnout ervaren. Het gebrek aan energiebronnen zorgt er juist voor dat mensen zich minder betrokken voelen bij hun werk en een meer afstandelijke houding zullen aannemen ten opzichte van anderen. Daarnaast zorgt het gebrek aan energiebronnen voor een verminderd vertrouwen in de eigen capaciteiten.

Wat precies werkstressoren en energiebronnen zijn, verschilt natuurlijk sterk per beroepsgroep. Voor callcenter medewerkers kan het bijvoorbeeld stressvol zijn dat ze niet alles wat ze denken en voelen kunnen uiten richting de klant. Dat klinkt misschien onbelangrijk, maar als je voortdurend het gevoel hebt dat je niet kunt uiten wat je voelt of denkt, kan dit een grote bron van stress zijn.

Bij productiemedewerkers kan de hoge werkdruk in combinatie met het gevoel weinig zelf te kunnen bepalen leiden tot stress.

En zo zijn er natuurlijk nog veel meer banen te bedenken met elk zijn eigen werkstressoren en energiebronnen. Ondanks deze verschillen zijn de patronen waarop deze werkstressoren en energiebronnen leiden tot een burnout volgens het WEB-model ongeveer hetzelfde.

Voor elke beroepsgroep geldt dat als er veel meer werkstressoren zijn in verhouding tot de energiebronnen, dit zou kunnen leiden tot een burnout.

Persoon + omgeving

Wat precies ervaren wordt als een werkstressor en wat als een energiebron is voor iedereen verschillend. Zo hebben niet alle callcenter medewerkers last van het feit dat ze hun gedachten en gevoelens misschien niet altijd kunnen uiten. Ook niet alle productiemedewerkers ondervinden stress van het feit dat ze misschien niet zoveel zelf kunnen bepalen in hun werk.

Het ontstaan van een burnout ligt bijna nooit helemaal aan een bepaald klimaat op de werkvloer; het is vaak een combinatie van persoonlijke en organisationele factoren. Vaak is er sprake van een ‘mismatch’ tussen iemands persoonlijkheid en zijn of haar baan.

Organisationele factoren

Welke factoren in een organisatie kunnen leiden tot een burnout?

Uit een grootschalig onderzoek in verschillende beroepsgroepen en verschillende landen is gebleken dat de factoren in een organisatie die in veel gevallen leiden tot een burnout in te delen zijn in 6 categorieën.

  • Te hoge werkdruk. Een van de grootste bronnen van stress op de werkvloer is een te hoge werkdruk: teveel moeten doen in te weinig tijd. Wanneer dit van korte duur is, hoeft het niet meteen schadelijk te zijn. Als je bijvoorbeeld naar een belangrijke deadline toewerkt, is het niet vreemd dat de werkdruk gedurende een bepaalde tijd wat hoger ligt. Dit kan zelfs productief werken, mits er na de deadline een periode aanbreekt van wat lagere werkdruk zodat er tijd is voor herstel. Wanneer dit niet het geval is en je in je van de ene deadline in de andere rolt, kan dit emotionele uitputting tot gevolg hebben; een van de symptomen van een burnout.
  • Gebrek aan controle.
    Mensen vinden het in hun werk vaak belangrijk om het gevoel te hebben dat ze invloed kunnen uitoefenen op de beslissingen die worden genomen. Op die manier hebben ze het gevoel dat ze actief bijdragen aan de koers die in een bedrijf gekozen wordt om tot bepaalde uitkomsten te komen. Bij een gebrek hieraan, hebben mensen het gevoel dat ze slechts bevelen aan het opvolgen zijn van hogerhand. Ze hebben het gevoel dat ze zelf weinig te zeggen hebben over hoe ze hun werk precies uitvoeren.
  • Gebrek aan erkenning.
    Een andere belangrijke stressfactor in een organisatie is een gebrek aan erkenning voor het werk dat iemand doet. Mensen hebben het gevoel dat hun werk niet beloond wordt. Dit gaat niet alleen om beloning of erkenning van hun baas, maar ook van bijvoorbeeld collega’s of klanten. Hierdoor krijgen mensen het gevoel dat hun werk er niet toe doet en dat ze het voor niks doen.
  • Gebrek aan een ondersteunende werkomgeving.
    Hierbij gaat het om de algehele mogelijkheid tot sociale interactie op de werkvloer: is er leuk contact met collega’s mogelijk? Werk je als een team richting bepaalde doelen? In dat geval voelen mensen zich ondersteund in hun werk en hebben ze het gevoel dat ze bij collega’s terecht kunnen met problemen en vragen. Daarnaast ondersteunt een prettige sociale werkomgeving het gevoel dat mensen bij een groep horen met anderen die dezelfde waarden delen. Dit kan stress verminderen. Wanneer het contact met anderen onpersoonlijk of zelfs helemaal afwezig is, kan dit juist stress opleveren.
  • Gebrek aan eerlijkheid en respect.
    Een andere mogelijke stressvolle, werkgerelateerde factor is de mate waarin mensen het idee hebben dat de processen op hun werk eerlijk verlopen en ze met respect behandeld worden. Er kan een gevoel van oneerlijkheid ontstaan als mensen het gevoel hebben dat taken ongelijk verdeeld zijn. Mensen moeten bijvoorbeeld voor hetzelfde salaris, veel meer taken verrichten dan collega’s of hebben het gevoel dat hun werk minder gewaardeerd wordt dan dat van collega’s.
  • Conflict van waarden.
    Veel mensen werken niet alleen maar omdat ze er geld voor krijgen. Een andere motiverende factor is de overlap tussen persoonlijke waarden en de waarden van een organisatie. Dit is vaak wat mensen in eerste instantie aantrekt in een bepaalde baan. Mensen gaan bijvoorbeeld in de ouderenzorg werken, omdat ze het belangrijk vinden dat mensen op hun oude dag goede verzorging krijgen. Wanneer er een grote mate van overlap is tussen iemands persoonlijke waarden en die van de organisatie, hebben mensen het gevoel dat ze door hun werk niet alleen doelen van de organisatie bereiken maar daarnaast ook persoonlijke doelen. Dat zorgt voor een grote verbondenheid met het werk wat ze doen. Wanneer die overlap van waarden afwezig is, of er zelfs een conflict is tussen persoonlijke en organisationele waarden, zorgt dit juist voor een gebrek aan verbondenheid met het werk. Dit kan bijdragen aan het ontstaan van een burnout.

Persoonlijke factoren

Toch leidt de aanwezigheid van (een van) de bovenstaande factoren niet onherroepelijk tot het ontstaan van een burnout. Een burnout ontstaat vaak door een combinatie van een (of meer) van de bovenstaande organisationele factoren met bepaalde persoonlijke factoren. Sommige persoonlijke factoren kunnen je gevoeliger maken voor een burnout.

  • Perfectionisme. Mensen die erg perfectionistisch zijn lopen over het algemeen meer risico om burned out te raken. Ze stellen erg hoge eisen aan zichzelf en zijn pas tevreden als ze het gevoel hebben dat er echt niets meer beter kan. Deze eigenschap heeft het overduidelijke voordeel dat perfectionisten vaak goed werk afleveren, maar het maakt ze ook extra gevoelig voor burnoutklachten. Als iets bijvoorbeeld niet helemaal gaat zoals perfectionisten het in hun hoofd hadden of ze krijgen te maken met negatieve feedback, kan dit erg stressvol zijn.
  • Moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen. Een andere persoonlijke eigenschap die in verband wordt gebracht met het ontstaan van een burnout is het moeilijk vinden om ‘nee’ te zeggen tegen verzoeken van bijvoorbeeld je leidinggevende of collega’s. Mensen die dit lastig vinden lopen het risico teveel hooi op hun vork te nemen en hun eigen grenzen niet te bewaken. Hierdoor nemen ze misschien meer taken op zich dan ze eigenlijk aan kunnen, wat tot veel stress kan leiden. Vaak beperkt de moeite die mensen hebben met ‘nee’ zeggen zich niet alleen tot hun werk, maar uit dit zich bijvoorbeeld ook in hun privéleven. Dit verhoogt het risico op een burnout.
  • Interne locus of control. De ‘locus of control’ is de mate waarin iemand de oorzaak van de dingen die hem/haar overkomen aan zichzelf toeschrijft of aan dingen buiten zichzelf. Wanneer iemand de oorzaken van bepaalde gebeurtenissen of problemen vooral bij zichzelf zoekt, is er sprake van een interne locus of control. Als iemand met een interne locus of control een taak niet goed uitvoert, zal hij of zij dit zichzelf erg kwalijk nemen; meer dan iemand met een externe locus of control die het falen minder direct aan zichzelf toe zal schrijven. Wanneer je je erg verantwoordelijk voelt voor alles wat niet zo goed gaat, is de impact van negatieve gebeurtenissen vaak veel groter dan wanneer je je niet zo verantwoordelijk voelt. Dit verhoogt het risico op een burnout.

Risicogroepen

Een burnout ontstaat dus vaak door een bepaalde combinatie van persoonlijke factoren en werkgerelateerde factoren. Er zijn bepaalde groepen in de samenleving waarbij burnout relatief vaak voorkomt.

  • Jonge werknemers

Burnout komt relatief vaak voor bij jonge werknemers tussen de 25 en 35 jaar. In Nederland krijgt ongeveer 14% van de werknemers last van burnoutklachten. Bij de jonge werknemers ligt dit percentage iets hoger: ongeveer 17% van de jonge werknemers krijgt te maken met burnoutklachten. Dit komt neer op 240.000 jonge werknemers.

  • Mensen die werkzaam zijn in het onderwijs

Het onderwijs is de absolute koploper als het gaat om percentage werknemers dat lijdt aan een burnout. Maarliefst 1 op de 5 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs krijgt te maken met burnoutklachten. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van de hoge werkdruk en de emotionele betrokkenheid die vaak hoort bij banen in het onderwijs.

Burnout

Met name in het onderwijs komt burnout veel voor.

In de land- en bosbouw komt burnout relatief weinig voor. Daar krijgt slechts 1 op de 10 werknemers te maken met burnoutklachten.

  • Alleenstaanden

Mensen die alleen wonen hebben relatief vaker last van burnoutklachten dan mensen met bijvoorbeeld een partner en kinderen. Dit kan tegenstrijdig lijken omdat mensen met een partner en kinderen misschien juist extra stress ervaren doordat ze ook nog een druk privéleven hebben.

Toch komt een burnout vaker voor bij alleenstaanden. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn dat alleenstaanden de emotionele steun van een partner missen. Die emotionele steun kan als een soort buffer werken waardoor stressklachten verminderen.

Een andere mogelijke verklaring is dat de identiteit van mensen die geen partner of gezin hebben meer bepaald wordt door hun werk. Ze zijn niet naast hun functie op hun werk ook nog moeder of echtgenoot. Wanneer het niet goed gaat op hun werk, is dit vaak veel bepalender voor hun zelfbeeld en identiteit dan wanneer ze ook nog een functie vervullen in hun privéleven.

Behandeling

Een burnout kan dus bij heel veel verschillende soorten mensen, met verschillende beroepen en achtergronden ontstaan. Maar wat moet je nou precies doen als het je overkomt?

De belangrijkste oorzaak van een burnout is langdurige stress. Een logische oplossing lijkt dan ook om gewoon te zorgen dat je niet meer zo gestrest bent. Je kunt bijvoorbeeld een weekje op vakantie gaan, of een tijdje even wat minder gaan werken.

Helaas is de oplossing van een burnout vaak niet zo simpel. Het wegnemen van de stress helpt vaak slechts tijdelijk. Daarmee pak je vooral de symptomen aan. Het kan zijn dat de emotionele vermoeidheid door een week vakantie een beetje afneemt, waardoor ook de andere symptomen van een burnout misschien een beetje zullen verminderen.

Maar daarmee neem je nog niet de oorzaken weg waardoor de burnout in eerste instantie ontstaan is. Als je na je weekje vakantie weer op je werk verschijnt, zul je makkelijk weer in oude patronen vervallen. Zoals ik al eerder beschreef, ontstaat en burnout vaak door een combinatie van problemen die op het werk spelen en persoonlijke factoren.

Door een weekje op vakantie te gaan, verander je niet je persoonlijkheid. Daarnaast verander je ook geen structurele dingen op je werk. Als je dus weer aan het werk gaat, zullen de stressklachten vaak snel weer terugkeren.

Cognitieve gedragstherapie

Daarom is het belangrijk om de behandeling van een burnout serieus aan te pakken. Als je last hebt van een burnout, kun je daarvoor terecht bij een psycholoog. Vaak kun je met een psycholoog werken aan de persoonlijke factoren die er mogelijk voor hebben gezorgd dat je een burnout hebt gekregen.

 Een veel gebruikte en over het algemeen succesvolle behandelmethode van een burnout is door middel van cognitieve gedragstherapie. Het uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie is het ‘G-schema’; een schema van Gebeurtenis, Gedachten, Gedrag/Gevoel. Het idee hierbij is dat er eerst een bepaalde Gebeurtenis plaatsvindt en dat je daar vervolgens Gedachten over hebt. Die Gedachten leiden vervolgens weer tot een bepaald gevoel of tot bepaald gedrag.

Automatische gedachten

Dit proces verloopt vaak onbewust. Je vormt onbewust automatische gedachten over een gebeurtenis en die beïnvloeden vervolgens je gedrag. Voor je gevoel kun je er misschien weinig aan doen dat je in een bepaalde situatie op een bepaalde manier hebt gereageerd.

Door middel van cognitieve gedragstherapie kun je je bewust worden van deze patronen. Als je bijvoorbeeld op je werk al gestrest raakt als je baas je kantoor binnenloopt omdat je (automatisch) denkt ‘hij zal wel weer komen vertellen dat er iets niet goed is’, kan dit je gedrag beïnvloeden.

Het kan ervoor zorgen dat je je baas bijvoorbeeld gaat vermijden, wat vaak juist tot meer problemen leidt. Door middel van cognitieve gedragstherapie kun je je bewust worden van je automatische gedachten als reactie op een bepaalde situatie. Vaak zijn deze gedachten irrationeel; dat je baas het kantoor binnenloopt wil natuurlijk niet meteen zeggen dat hij jou eens even komt vertellen dat je het allemaal niet goed doet.

Als je leert die automatische gedachten te herkennen, kun je vervolgens leren om die gedachten te veranderen. Zo leer je letterlijk anders tegen bepaalde situaties aan te kijken. Als je erin slaagt die gedachten te veranderen, kun je daarmee je gevoelens en gedrag veranderen, maar dat vergt wel de nodige training.

Drijfveren in werk

Daarnaast kun je door cognitieve gedragstherapie de drijfveren blootleggen die jou motiveren in je werk. Vaak is er bij een burnout sprake geweest van ‘overinvestering’ in je werk. Je hebt gedurende te lange tijd teveel geïnvesteerd in je werk en daardoor ben je nu uitgeput.

Door cognitieve gedragstherapie kun je erachter komen waarom je zoveel hebt geïnvesteerd in je werk. Dit kan bijvoorbeeld perfectionisme zijn; je wilt alles wat je doet op je werk perfect doen. Dat is natuurlijk niet per definitie een slechte eigenschap, maar wel als het tot een burnout leidt.

Door je bewust te worden van deze drijfveren, kun je leren deze meer te doseren. Op die manier voorkom je dat ten onder gaat aan je eigen drijfveren het goed te willen doen op je werk.

Structurele veranderingen in de organisatie

Het nadeel van de bovenstaande behandeling is dat het (vooral) op het individu is gericht. Je focust je op het persoonlijke deel van de oorzaken waardoor je burned out bent geraakt.

Maar zoals ik eerder al beschreef wordt een burnout vrijwel nooit alleen veroorzaakt door persoonlijke factoren. Er zijn ook factoren in de organisatie waarin je werkt die bijgedragen hebben aan het ontstaan van de burnout.

Een veelgemaakte fout bij de behandeling van een burnout is dat er alleen gefocust wordt op het persoonlijke aspect. Daarmee los je echter maar de helft van de problemen op.

Als je echt tot een duurzaam herstel wil komen, zal er ook wat moeten veranderen in de organisatie waarin je werkt. Natuurlijk is het niet in elke organisatie mogelijk om allerlei dingen ‘even’ structureel te veranderen. Daarom kan het soms ook een optie zijn om te kijken of een andere functie binnen het bedrijf misschien beter bij je past.

Uit onderzoek is gebleken dat de combinatie van de behandeling van zowel de persoonlijke als de organisationele factoren vaak tot een snellere werkhervatting leidt.

Preventie van een burnout

Een burnout lijkt dus over het algemeen vrij goed te behandelen te zijn. Toch kan het in de praktijk lang duren voordat je echt weer helemaal hersteld en aan het werk bent. Daarom zou het nog beter zijn om te voorkomen dat een burnout überhaupt ontstaat.

Maar hoe kun je een burnout voorkomen?

Om daar achter te komen moeten we ons verdiepen in het tegenovergestelde van een burnout. Wat is de positieve tegenhanger van opgebrand, uitgeput en oververmoeid zijn in je werk?

Bevlogenheid

Volgens burnout onderzoekers Wilmar Schaufeli en Arnold Bakker is het positief tegenovergestelde van een burnout ‘bevlogenheid’. Bevlogenheid wordt volgens hen gekenmerkt door drie factoren:

  • Vitaliteit

Bevlogen werknemers voelen zich heel energiek. Ze zijn sterk en fit en kunnen veel hoeveelheden werk aan in korte tijd. Dat betekent niet per se dat ze daarbij totaal geen stress ervaren. Ze kunnen wel stress hebben, maar door hun grote mentale veerkracht en doorzettingsvermogen kunnen ze beter met de stress omgaan.

  • Betrokkenheid

Bevlogen werknemers voelen zich erg betrokken bij hun werk. Ze hebben het gevoel dat ze met iets heel belangrijks en nuttigs bezig zijn. Iets wat zinvol is en echt iets bijdraagt in een grotere context. Ze zijn trots op wat ze doen en vinden hun werk inspirerend.

  • Absorptie

Door hun tomeloze energie en grote betrokkenheid kunnen bevlogen werknemers helemaal opgaan in hun werk. Ze kunnen als het ware bijna versmelten met hun werk. Daardoor vliegt de tijd en is het aan het einde van een werkdag soms bijna moeilijk om los te komen van hun werk.


Burnout

Bevlogenheid is het tegenovergestelde van burnout. Bevlogen werknemers voelen zich vitaal, betrokken en geabsorbeerd door hun werk.

De oplettende lezer heeft al gezien dat deze drie punten eigenlijk het tegenovergestelde vormen van de drie kenmerken van een burnout. Bevlogen werknemers bruisen van de energie en voelen zich sterk betrokken bij hun werk. Bij werknemers met een burnout is de energie ver te zoeken en zij voelen juist vaak een bepaalde afstand tot hun werk en collega’s.

Energiebronnen vs. werkstressoren

Het verschil tussen burnout en bevlogenheid lijkt echter niet te liggen in het feit dat bevlogen werknemers minder hard werken dan werknemers met burnoutklachten. Bevlogen werknemers kunnen net zo hard of soms zelfs harder werken. Het grote verschil is echter dat zij energie krijgen van hun werk, terwijl het werk bij mensen met een burnout alleen maar energie lijkt te kosten.

Hierdoor komen bevlogen werknemers vaak in een opwaartse spiraal terecht. Ze hebben veel energie en voelen zich betrokken bij hun werk waardoor ze alleen maar meer energie krijgen. Bij mensen met een burnout loopt dit patroon precies de andere kant op. Ze hebben te weinig energie om hun werk goed te doen, waardoor ze meer stress krijgen door hun werk. Dat kost weer veel energie, waardoor hun werk nog meer moeite kost.

Bij bevlogen werknemers is zijn er dus veel energiebronnen in hun werk. Bij werknemers met een burnout zijn er relatief veel werkstressoren.

Om jezelf te beschermen tegen het ontstaan van een burnout kan het helpen om te proberen de bevlogenheid in je werk te vergroten. Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, het is niet zo maar een mindset die je even aan of uitzet.

Vaak kan een leidinggevende een grote rol spelen bij het vergroten van de bevlogenheid van zijn of haar werknemers. Zo kan een leidinggevende zorgen voor een goede werksfeer, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen. Daarnaast worden mensen over het algemeen meer bevlogen als ze het gevoel hebben dat ze (voor een deel) zelf kunnen bepalen hoe ze hun taken willen uitvoeren.

Ook kan de leidinggevende bevlogenheid bevorderen door ruimte te creëren voor persoonlijke ontwikkeling. Als mensen de mogelijkheid hebben om niet alleen doelen van de organisatie te bereiken, maar tegelijkertijd ook persoonlijke doelen kan dit ook hun bevlogenheid vergroten.

Samenvattend

Het lijkt dus te simpel om te zeggen dat een burnout het gevolg is van heel hard werken of een vervelende baas. Er zijn vaak ook werknemers met diezelfde vervelende baas die even hard of misschien nog wel harder werken, maar geen burnout krijgen.

Het belangrijkste verschil lijkt te zitten in de verhouding tussen die dingen in je werk die energie opleveren en die dingen die energie kosten. Bij bevlogen werknemers zijn er in verhouding meer dingen die energie opleveren dan dingen die energie kosten. Bij werknemers met een burnout is dit precies andersom.

Als je in kaart leert brengen wat precies de dingen zijn in je werk die energie kosten, kun je leren die te veranderen of daar anders op te reageren. Hierbij kan cognitieve gedragstherapie helpen.

Heb je zelf last van burnoutklachten en wil je hier graag iets aan doen? Neem gerust contact op met De Psycholoog, wij helpen je graag verder.

Lieke Groen

About Lieke Groen

Lieke Groen studeert psychologie en filosofie. Ze schrijft over stress, burnout en de behandeling daarvan. Dit artikel is geredigeerd door een van onze psychologen.

Leave a Reply