Pleinvrees

Met de trein naar je werk of even naar de supermarkt; voor veel mensen behoort het tot de orde van de dag. Vaak denk je hier niet eens bij na. Voor anderen is het een reden om volledig in de stress te raken. Een eerste stap buiten de deur kan al zorgen voor grote paniek. Voor mensen die hier geen last van hebben, is dit moeilijk voor te stellen. Het is echter niet moeilijk voor te stellen hoe lastig het is in het dagelijks leven als je je niet in openbare ruimten durft te begeven. Dit wordt ook wel pleinvrees genoemd.

Maar wat zijn precies de symptomen van pleinvrees en hoe kun je het behandelen? Daar lees je alles over in het onderstaande artikel.

Wat is pleinvrees?

Pleinvrees wordt ook wel agorafobie genoemd. Het woord agorafobie is een samenstelling van de Griekse woorden ‘αγορά’ wat markt betekent en ‘φόβος’ wat angst of vrees betekent. Het betekent dus letterlijk ‘marktvrees’.

Mensen die leiden aan pleinvrees hebben angst voor openbare ruimten. Dit gaat niet per se alleen om ruimten waar veel mensen zijn of komen. Alleen het verlaten van het huis kan voor mensen met een heftige vorm van pleinvrees al voldoende zijn om in paniek te raken.

Pleinvrees

Voor sommige mensen met pleinvrees kan het al angstaanjagend zijn om in de tuin te zitten.

Pleinvrees wordt vaak veroorzaakt door de angst om het huis, en daarmee de veilige omgeving, te verlaten. Mensen die leiden aan pleinvrees zijn bang om in situaties terecht te komen waarin ze niet meer terug kunnen. Hierdoor voelen ze zich onveilig en blijven ze liever thuis in hun vertrouwde omgeving.

Paniekaanval

Als ze toch hun vertrouwde omgeving verlaten, voelen mensen met pleinvrees zich angstig en kunnen ze daarbij ook last krijgen van paniekaanvallen. Een paniekaanval is letterlijk een ‘aanval’ van paniek en angstgevoelens. Je voelt je in korte tijd opeens heel angstig. Vaak komt een paniekaanval binnen 10 minuten op zijn hoogtepunt en zwakken de symptomen daarna af.

Iemand die een paniekaanval krijgt, heeft vaak last van hartkloppingen en krijgt het heel warm. Sommige mensen krijgen het daarnaast benauwd en hebben het gevoel dat ze niet goed kunnen ademhalen.

Deze symptomen versterken vaak in eerste instantie de paniek en angst. Mensen voelen hun hart sneller kloppen en zijn bang dat ze misschien een hartaanval krijgen. Hierdoor worden ze nog angstiger, waardoor hun hart niet bepaald langzamer gaat kloppen.

Wanneer de paniekaanval in een openbare ruimte plaatsvindt, kunnen mensen daarnaast bang zijn dat ze niet makkelijk weg kunnen komen. Ze willen graag naar een veilige plek, maar vaak is dit in een openbare ruimte niet zomaar mogelijk. Als iemand een keer ervaren heeft dat hij of zij een paniekaanval kreeg in een openbare ruimte, bijvoorbeeld de trein, kan het daarna beangstigend zijn om weer in die situatie te zijn.

Als gevolg daarvan kunnen ze ervoor kiezen om reizen met de trein zoveel mogelijk te vermijden. Daar wordt de angst echter vaak alleen maar groter van.

Wat zijn de symptomen van pleinvrees?

Pleinvrees valt in de DSM-V onder de categorie ‘angststoornissen’. Bij pleinvrees kan er sprake zijn van de onderstaande symptomen:

  • Iemand die leidt aan pleinvrees ervaart angst of vrees in minimaal twee van de onderstaande situaties:
  1. Autorijden of reizen met het openbaar vervoer.
  2. In een openbare ruimte zijn (supermarkt, plein, winkelcentrum).
  3. In een afgesloten ruimte zijn (bioscoop, concertzaal).
  4. In een bepaalde menigte mensen zijn.
  5. Alleen buiten je huis zijn.

    • Uit angst voor de bovenstaande situaties zijn mensen met pleinvrees vaak goed geworden in het vermijden van deze situaties. Ze zijn bang dat ze in het openbaar in paniek raken of in genante situaties terechtkomen waar ze niet uit kunnen ontsnappen.
    • De situaties waarin de pleinvrees ontstaat (zie bovenstaande rijtje) zorgen vrijwel altijd voor een angstig gevoel.
    • Als gevolg daarvan vermijden mensen met pleinvrees deze situaties bewust. Als ze toch besluiten om naar buiten te gaan, doen ze dit vaak onder begeleiding van iemand die ze vertrouwen. Gaan ze een enkele keer toch alleen, roept dit vaak hevige angst op.
    • De angst die ervaren wordt is overdreven en staat niet echt in verhouding tot de situatie. Andere mensen uit de omgeving van de persoon zouden deze angst niet voelen voor deze situatie.
    • De angst duurt vaak lang, meestal meer dan zes maanden.
    • Door de angst kunnen mensen niet goed functioneren in hun dagelijks leven. Ze krijgen er bijvoorbeeld problemen door op hun werk of in hun privéleven.
    • Pleinvrees kan ook ontstaan als gevolg van een andere aandoening. Als iemand bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson heeft, kan dit er ook voor zorgen dat hij of zij bang is om zich in het openbaar te vertonen. Als deze angst groot is en overdreven in verhouding tot het ziektebeeld, kan er ook sprake zijn van pleinvrees.
    • Tot slot gaat het bij pleinvrees echt om de angst om in openbare ruimten, of in ieder geval ‘uit huis’ te zijn. Daarmee verschilt pleinvrees van bijvoorbeeld sociale angst, waarbij mensen vooral bang zijn voor situaties met andere mensen.

Verschillende gradaties

Niet iedereen die lijdt aan pleinvrees heeft er in dezelfde mate last van. Sommige mensen ervaren al lichte angst als ze in hun tuin zitten. Anderen kunnen nog wel naar openbare plekken, maar ervaren hierbij wel veel angst of stress.

Zo hangt het van de ernst van de pleinvrees af in hoeverre dit iemands sociale leven zal beïnvloeden. Als je je nog wel in openbare ruimten durft te begeven, zelfs al levert dit veel stress en angst op, hoeft dit een sociaal leven niet in de weg te staan.

Maar als de eerste stap buiten de deur je al dusdanig veel angst inboezemt dat je je huis niet meer uitkomt, wordt dat lastiger. In dat geval kan de angststoornis grote gevolgen hebben voor je sociale contacten. Mensen met hevige pleinvrees kunnen hierdoor in een sociaal isolement raken.

Waardoor wordt pleinvrees veroorzaakt?

Waardoor pleinvrees precies veroorzaakt wordt is onduidelijk. Wel zijn er een aantal theorieën over hoe het mogelijk ontstaat.

  • Verstoring van het evenwichtsorgaan

Er zijn signalen waaruit blijkt dat pleinvrees misschien samenhangt met een verstoord functioneren van het evenwichtsorgaan. Uit onderzoek is gebleken dat mensen met pleinvrees opvallend vaak een minder goed functionerend evenwichtsorgaan bleken te hebben.

Mensen die geen last hebben van pleinvrees, kunnen zich goed oriënteren in openbare ruimten. Daarbij combineren ze informatie vanuit hun evenwichtsorgaan, ogen en hun vermogen om de positie van hun eigen lichaam waar te nemen. Door informatie van deze dingen te combineren, kunnen ze de omgeving goed in kaart brengen en ook de positie van hun eigen lichaam daarin.

Mensen die leiden aan pleinvrees hebben in opvallend veel gevallen last van een minder goed functionerend evenwichtsorgaan. Als gevolg daarvan hebben ze minder informatie om hun beeld van de omgeving op te baseren. Ze gebruiken daarbij dan vooral hun ogen.

Als de informatie die ze krijgen van de omgeving door middel van hun ogen onduidelijk of overweldigend is, kan dit zorgen voor een gedesoriënteerd gevoel, althans dat is de theorie.

Pleinvrees

Een verstoring van het evenwichtsorgaan zou mogelijk kunnen bijdragen aan het ontstaan van pleinvrees.

Hierdoor kan het voor mensen met een minder goed functionerend evenwichtsorgaan vervelender zijn om zich in openbare en/of drukke ruimten te begeven.

  • Als gevolg van een paniekstoornis

Pleinvrees kan ook ontstaan als gevolg van een paniekstoornis. Als iemand een keer een paniekaanval krijgt in een bepaalde omgeving, kan dit ervoor zorgen dat hij of zij in de toekomst bang is dat dit weer gebeurt.

Als gevolg daarvan kan je ervoor kiezen om die specifieke situatie te vermijden. Vaak komt het echter voor dat de angstgevoelens ‘besmettelijk’ zijn voor een andere, vergelijkbare situatie. Als iemand bijvoorbeeld een paniekaanval heeft gekregen in een theater, kan het zo zijn dat diegene ook niet meer naar een bioscoop of concertzaal durft. Op die manier kan er pleinvrees ontstaan.

  • Combinatie genetische en omgevingsfactoren

Uit veel onderzoek is gebleken dat angst- en paniekstoornissen over het algemeen een genetische basis hebben. Het komt relatief vaak voor dat als iemand in een familie last heeft van angstklachten, anderen in diezelfde familie daar ook last van hebben.

Ook bij pleinvrees is het waarschijnlijk dat bepaalde genen je gevoeliger maken voor het ontstaan ervan. Dit betekent echter niet dat je hoe dan ook op een bepaald moment in je leven pleinvrees ontwikkelt. Vaak is er ook nog sprake van een bepaalde omgevingsfactoren die ervoor zorgen dat je pleinvrees krijgt.

  • Maatschappelijke factoren

Een voorbeeld van die omgevingsfactoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van pleinvrees is de ‘verstedelijking’ van de huidige moderne maatschappij. Er komen steeds meer steden en steeds meer mensen wonen in steden dan vroeger.

Dit heeft er voor gezorgd dat de ‘publieke ruimte’ (de ruimte die voor iedereen toegankelijk is) is uitgebreid en de ‘privé ruimte’ (de ruimte die alleen voor jou toegankelijk is) juist kleiner is geworden. Ook is het contrast tussen deze twee verschillende ruimten groter geworden door de modernisering van de samenleving.

Mensen met pleinvrees vinden het lastig om van de privé ruimte zomaar over te gaan naar de publieke ruimte. Dit zorgt natuurlijk niet direct voor pleinvrees, anders zouden hele volksstammen de straat niet meer op durven, maar dit kan er wel toe bijdragen.

Hoe kun je pleinvrees behandelen?

Dat je last hebt van pleinvrees wil niet zeggen dat je voor altijd in je huis moet blijven zitten wachten tot het overgaat. Er zijn succesvolle behandelingen die je kunnen helpen van je pleinvrees af te komen.

  • Cognitieve gedragstherapie

Een voorbeeld hiervan zijn de therapieën gebaseerd op cognitieve gedragstherapie. Het uitgangspunt bij cognitieve gedragstherapie is een schema dat de relatie beschrijft tussen de drie G’s: Gebeurtenis, Gedachten en Gedrag/Gevoel.

Het schema begint bij de eerste ‘G’; Gebeurtenis. Er vindt een bepaalde Gebeurtenis plaats en als het gevolg daarvan krijg je bepaalde Gedachten. Die Gedachten bepalen vervolgens hoe je je gedraagt en hoe je je daarbij voelt.

Stel dat je bijvoorbeeld middenin een overvolle bioscoopzaal zit (gebeurtenis) en je opeens overvallen wordt door de gedachte dat je niet zomaar even de zaal kan verlaten (gedachte). Je moet dan aan minstens 10 mensen naast je vragen of ze even willen opstaan, die vinden dat vast irritant, waardoor het een hele genante situatie wordt.

De gedachte dat je daardoor geen kant op kan zorgt er langzaam voor dat je in paniek raakt, waardoor je alleen maar nog liever de zaal uit wil. Als er twee weken later weer een leuke film in de bioscoop draait, denk je wel twee keer na voordat je er weer naartoe gaat (gedrag).

Je blijft liever thuis dan dat je het risico loopt weer een paniekaanval te krijgen midden in die zaal.

 Op die manier zorgt een bepaalde gedachte (‘als ik nu de zaal uit wil wordt het een hele genante situatie’) ervoor dat je in paniek raakt en vervolgens niet meer naar de bioscoop wilt (gedrag).

Automatisch proces

Dit proces van Gebeurtenis –> Gedachten –> Gedrag verloopt vaak onbewust. Je hebt vaak niet door dat je paniek voor een bepaalde situatie niet per se veroorzaakt wordt door die specifieke situatie, maar vooral door je gedachten daarover.

Cognitieve gedragstherapie is gericht op deze onbewuste processen. Door de therapie leer je je bewust te worden van deze processen en je automatische gedachten. Als je je bewust bent van deze patronen kun je vervolgens leren om deze te sturen en anders te reageren op bepaalde gebeurtenissen.

  • ‘Exposure in vivo’

Uit onderzoek is gebleken dat cognitieve gedragstherapie effectiever is als het gecombineerd wordt met ‘exposure in vivo’ therapie. Dit betekent letterlijk ‘blootstelling in het leven’ en het doel van de therapie is dan ook om de confrontatie met je angst aan te gaan.

De achterliggende gedachte hierbij is dat je andere associaties leert maken bij bepaalde gebeurtenissen. Dit doe je echter niet door middel van gedachten, maar door het echt daadwerkelijk te ervaren.

Stel dat je bijvoorbeeld bang bent dat je elke keer als je in de bioscoop bent een paniekaanval zult krijgen. In dat geval is de associatie tussen ‘bioscoop’ en ‘paniekaanval’ vrij sterk.

Door de confrontatie met deze angst aan te gaan, kom je erachter dat je niet per se elke keer als je in een bioscoop bent een paniekaanval krijgt (als het goed is). Door die ervaring daag je als het ware de automatische patronen in je hoofd uit, waardoor er plaats komt voor nieuwe verbanden.

  • Paniekmanagement behandelingen

Paniekmanagement behandelingen zijn erop gericht om te leren omgaan met de symptomen van een paniekaanval. Vaak raken mensen bij de eerste signalen van een paniekaanval (‘je hart begint sneller te kloppen’) alleen maar meer in paniek en zijn ze bijvoorbeeld bang om een hartaanval te krijgen.

In dat geval kan het helpen om te ‘oefenen’ met deze lichamelijke symptomen om zo te merken dat de angstige gedachten die je erover hebt (‘ik krijg een hartaanval’) irrationeel zijn.

Je kunt bijvoorbeeld door heel snel op je plaats te rennen een snelle hartslag oproepen. Door vervolgens te ervaren dat je lichaam er zelf weer voor zorgt dat je hartslag rustiger wordt en dat je niet per definitie een hartaanval krijgt, roept een snelle hartslag in de toekomst misschien minder angstgevoelens op.

  • Medicijnen

Pleinvrees kan ook behandeld worden met medicatie. Medicijnen die ook werken tegen depressies (antidepressiva), kunnen ervoor zorgen dat de angstklachten verminderen. Hiermee pak je echter vooral de symptomen aan. Als je weer stopt met het nemen van de medicijnen, is je fobie (meestal) niet opeens verdwenen.

Uit onderzoek is gebleken dat een combinatie van cognitieve gedragstherapie en medicatie vaak al op korte termijn tot goede resultaten leidt.

Hoe werkt de behandeling?

De bovenstaande behandelingen spelen eigenlijk in op drie factoren die bij mensen met pleinvrees vaak zorgen voor de paniekklachten.

  • bang zijn voor de lichamelijke symptomen, bijvoorbeeld hartkloppingen.
  • irrationele gedachten over die symptomen, bijvoorbeeld ‘ik krijg een hartaanval’
  • vermijdingsgedrag, bijvoorbeeld niet meer naar de bioscoop willen.

De angst voor de lichamelijke symptomen kan worden behandeld met de paniekmanagement behandelingen. Daardoor leer je omgaan met de concrete symptomen van een paniekaanval.

Met behulp van cognitieve gedragstherapie kun je je bewust worden van je irrationele gedachten die vaak ten grondslag liggen aan het ontstaan van de paniekstoornis. Door je daar bewust van te zijn, kun je op den duur leren deze gedachten te veranderen.

Door middel van exposure in vivo kun je je vermijdingsgedrag aanpakken. Door je te begeven in situaties waar je bang voor bent, kom je erachter dat deze situaties lang niet zo eng waren als je dacht. Door dit keer op keer te doen, zullen er langzaam positievere associaties ontstaan. Hierdoor vermindert de angst.

Zoek je hulp?

Herken je je in de bovenstaande klachten en heb je last van (een bepaalde mate van) pleinvrees? Neem dan gerust contact op met De Psycholoog. Pleinvrees is over het algemeen goed te behandelen met de bovenstaande methoden. Een van onze psychologen kan je daarbij helpen.

Lieke Groen

About Lieke Groen

Lieke Groen studeert psychologie en filosofie. Ze schrijft over stress, burnout en de behandeling daarvan. Dit artikel is geredigeerd door een van onze psychologen.

Leave a Reply