was successfully added to your cart.
Dwanggedachten

Dwanggedachten… ‘Ik loop vandaag alleen op de witte strepen van het zebrapad’. ‘Oh jee, heb ik iets vies aangeraakt?!’ Heb je nu last van dwanggedachten of zelfs een dwangstoornis? We gaan uitleggen wat dwanggedachten precies zijn. En hoe je hier mee om kunt gaan.

De inhoudsopgave laat zien wat er aan de orde komt.

Wat zijn dwanggedachten?

Laten we meteen beginnen met voorbeelden van dwanggedachten. 

  • Heb ik nu iets over het hoofd gezien, wat heel nare gevolgen heeft?
  • Ik moet alles vertellen wat in mijn hoofd opkomt.
  • Dit moet ik even opnieuw doen.
  • Het moet allemaal precies kloppen.
  • Oh jee, ik kan mijn baby iets aandoen.
  • Heb ik de kaarsen vergeten uit te blazen waardoor er brand kan ontstaan?
  • Ik kan iemand zomaar in het kruis grijpen.
  • Mijn kinderen kunnen een ongeluk krijgen.

Dwanggedachten zijn gedachten, beelden of impulsen die steeds maar weer terugkomen en waarover iemand geen controle heeft. Mensen met dwanggedachten willen deze gedachten helemaal niet hebben en ze beseffen dat deze gedachten geen enkele zin hebben.

Deze dwanggedachten gaan gepaard met intense gevoelens van angst, afkeer, twijfel of het gevoel dat dingen op een ‘juiste manier’ gedaan moeten worden. Dwanggedachten nemen veel tijd in beslag. Voor andere belangrijke activiteiten is geen tijd meer.

Je bent zelf vast wel eens ‘geobsedeerd’ geweest door een leuke muziek hit of je hebt  een ‘obsessie’ voor horloges. Deze termen gebruiken we best veel. En het heeft niets te maken met problemen in het dagelijks leven, het klinkt zelfs best leuk. Je kunt gewoon naast die obsessie voor horloges afspreken met vrienden, op tijd naar bed gaan en de volgende dag weer naar je werk.

En ook al is de ‘obsessie’ niet leuk, bijvoorbeeld wanneer je maar blijft denken aan iets dat je niet goed hebt afgehandeld, dit hoeft nog geen dwanggedachte te worden. Deze gedachte speelt een tijdje in je hoofd. Je bekijkt de consequenties van hetgeen je niet goed hebt gedaan, de volgende keer doe je het beter. En je gaat weer verder.

Eigenlijk is het heel normaal dat we zo af en toe dit soort hinderlijke gedachten hebben. Maar… we kunnen deze gedachte weer loslaten, de gedachte komt niet (vaak) terug, het triggert geen extreme angst en zit ons niet in de weg bij ons dagelijks functioneren. In tegenstelling tot iemand die WEL last heeft van een dwanggedachte.

Iemand met dwanggedachten voert de handelingen vaak cognitief uit: in het hoofd. Denk hierbij aan praten tegen jezelf, tellen, geen rust nemen, gaan zingen of het steeds wegduwen van de gedachten. Juist deze dwanghandelingen zorgen ervoor dat de angst blijft. En het wegduwen, niet willen denken, aan een gedachte pakt juist andersom uit. Je gaat er meer aan denken.

Dwanggedachten en de roze olifant

Bekend is het voorbeeld van de roze olifant. Probeer eens 30 seconden niet aan een roze olifant te denken. Dit wordt moeilijk.

Als je ergens niet aan wilt denken (omdat je er bang voor bent) zul je er dus juist aan gaan denken. Ergens niet aan willen denken heeft dus een averechts effect. Zo werkt dit ook met dwanggedachten. De wil om niet aan de vervelende angstige gedachten te denken neemt in kracht toe. En de dwanggedachte verdwijnt niet meer uit het hoofd. Dit kan uitgroeien in enorme obsessies. Iemand kan dan letterlijk aan niets anders meer denken.

Je kunt je voorstellen dat zulke dwanggedachten een naar gevoel geven. Mensen met dwanggedachten kunnen enorm psychisch lijden. Vaak durven ze aan niemand te vertellen dat ze deze gedachten hebben. Hierbij speelt de angst dat een ander denkt dat ze gek of gevaarlijk zouden zijn en gevoel van schaamte een grote rol.

Niet alle dwanggedachten zijn hetzelfde. De soort dwanggedachten waaraan iemand kan lijden wordt bepaald door wat hij of zij het ergste vindt. Een voorbeeld. Een dominee heeft een afkeer van homoseksuele gedachten. Deze gedachten plagen hem juist. Een vrouw met een baby vindt het ergste idee dat er iets met de baby zou gebeuren. Zij krijgt agressieve gedachten over het verwonden van haar baby.

Er zit dus verschil in het soort dwanggedachte dat iemand kan hebben. De verschillende soorten dwanggedachten gaan we hier bekijken.

Soorten dwanggedachten

Agressieve dwanggedachten

Bij deze dwanggedachten is de persoon bang om iets verschrikkelijks te veroorzaken, brand bijvoorbeeld. Ook kan de persoon bang zijn om een ander iets aan te doen. Bijvoorbeeld iets op de grond laten vallen waardoor een ander kan uitglijden en zich bezeert.

Ook kan het voorkomen dat een persoon denkt dat hij een moordenaar is. Hij ziet beelden voor zich hoe hij mensen wurgt of met een mes te lijf gaat. Hij is geen moordenaar maar iemand die lijdt aan agressieve dwanggedachten.

Andere voorbeelden van agressieve dwanggedachten zijn:

  • Drang voelen om je vingers in een stopcontact te steken.
  • De angst om je kinderen van het balkon af te gooien.
  • Bij het zien van een messenblok denken aan zelfmoord plegen.
  • Angst om iemand onder de trein te duwen.
  • Niet durven te gaan slapen omdat dan de duivel bezit van je zou kunnen nemen.


Seksuele dwanggedachten

Bij seksuele dwanggedachten heeft een persoon verboden of perverse seksuele gedachten en beelden. Dit kunnen seksuele dwanggedachten zijn over homoseksualiteit of kinderen. Dwanggedachten over agressief seksueel gedrag naar anderen toe is ook mogelijk.

Een voorbeeld. Een puberjongen in de brugklas van de middelbare school. Hij heeft een onbedwingbare drang om steeds naar de borsten te kijken als hij met meisjes praat. Hij moet kijken. Meisjes gaat hij ontwijken en thuis krijgt hij hetzelfde gevoel bij zijn moeder.

Andere voorbeelden van seksuele dwanggedachten.

  • Steeds denken aan het willen hebben van seks met dieren.
  • Constant naakte kinderen voor zich zien.
  • Een non die steeds onreine seksuele gedachten heeft en denkt hierdoor verdoemd te zijn.


Godslasterlijke dwanggedachten

Hierbij heeft iemand last van dwanggedachten om god te beledigen. Ook kan iemand met religieuze dwanggedachten overmatig bezig zijn met zijn of haar moraliteit of het goed en het kwaad.

Voorbeeld hierbij is een streng opgevoede man die alleen maar scheldwoorden over god in zijn hoofd hoort. Of iemand die zo ‘slecht’ denkt en hiervoor 10 keer het Onze Vader moet bidden om deze gedachte te vereffenen.

Gelukkig worden bijna nooit de dwanggedachten echt uitgevoerd.

Overige dwanggedachten

Naast deze drie soorten zijn er nog een paar.

Besmetting. Hierbij heeft iemand angst om besmet te raken met lichaamsvloeistoffen (bijvoorbeeld urine, zweet), bacteriën, omgeving/milieu (bijvoorbeeld asbest, straling) of vuil.

Verlies van controle. De vrees om impulsief te handelen en zo zichzelf of een ander pijn te doen. Iemand kan ook bang zijn voor gewelddadige beelden in zijn hoofd, voor het stelen van dingen of voor het uitroepen van beledigingen of vulgariteiten.

Perfectionisme. Bij perfectionisme gerelateerde dwanggedachten kan iemand de angst hebben om dingen te verliezen. Ook kan iemand dwanggedachten hebben om iets te moeten onthouden. Of dwanggedachten bij de beslissing iets weg te gooien of te bewaren. 

Dwanggedachten en exactheid

Bij dwanggedachten gebaseerd op perfectionisme kan iemand constant bezig zijn met gelijkheid of exactheid.

Verder kunnen mensen dwanggedachten hebben over ziek worden (een fysieke aandoening) of achterdochtig zijn met (on)geluksgetallen of bepaalde kleuren.

Sommige mensen hebben louter last van dwanggedachten. Andere mensen hebben naast dwanggedachten ook last van dwanghandelingen. Deze twee hangen vaak zo met elkaar samen dat we hier ook aandacht aan willen besteden.

Dwanggedachten en dwanghandelingen

Je kunt dus ook lijden aan dwanghandelingen. Bij de één staan dwanghandelingen op de voorgrond en bij de ander bestaan de dwanggedachten en dwanghandelingen naast elkaar.

Een dwanghandeling lijkt eigenlijk op een dwanggedachte, maar een dwanghandeling wordt ook echt uitgevoerd. Iemand die hier last van heeft, moet deze handeling uitvoeren ook al wil hij dat niet. Door het doen van de dwanghandeling probeert hij de angst die voortkomt uit de dwanggedachte te verminderen.

Net zoals bij een dwanggedachte, is een dwanghandeling een actie die steeds herhaald wordt. Denk aan het steeds rechtzetten van bepaalde dingen, het wassen van de handen of steeds bidden en het zachtjes zeggen van getallen.

Dwanggedachten en dwanghandelingen horen bij elkaar. Misschien kun je je nog herinneren dat je eens alleen op de witte paden van het zebrapad mag lopen. Of de gedachte dat wanneer je over een witte streep op straat fietst, er niets ergs zal gebeuren. In deze voorbeelden heb je een dwanggedachte en een dwanghandeling. De gedachte ‘ik moet over de witte streep fietsen anders…’ wordt gevolgd door de actie, de dwanghandeling is het fietsen over de witte streep.

Jij hebt dit misschien een of twee keer gehad. Iemand met dwanggedachten en die ook last heeft van dwanghandelingen is hier constant mee bezig. De gedachte (moeten fietsen over de witte streep) is dwingend en onzinnig natuurlijk. De persoon die hieraan lijdt, weet dat ook en probeert weerstand aan de gedachte te bieden. Hierdoor wordt de gedachte alleen maar sterker en indringender.

En stel eens voor: je biedt weerstand aan de gedachte en je fietst niet over de witte streep. Niets aan de hand. De persoon die lijdt aan deze dwang wordt angstig als hij niet over die witte streep fietst en gaat terug om alsnog over die streep te fietsen. De dwanggedachte werd hier dwingender en hij kan niet anders dan toch over de witte streep fietsen.

We gaan nog een stapje verder. De persoon die lijdt aan de dwanggedachten krijgt er nog een gedachte bij. ‘Heb ik het wel goed gedaan, ben ik echt goed over de witte streep gefietst’. Ook nu probeert hij deze twijfel te verdringen en er weerstand aan te bieden. Maar bijna altijd zal hij nog even teruggaan en nog een keer over die streep fietsen. En dan nog een keer. En weer.

Deze terugkerende twijfel is kenmerkend voor de koppeling tussen dwanggedachte en dwanghandeling.

Dwanggedachten in een vicieuze cirkel

De vicieuze cirkel van dwanggedachten en dwanghandelingen (S. Comans, 2016)

Mensen die hieraan lijden, hebben een dwangstoornis. Ook wel obsessieve compulsieve stoornis (ocs) genoemd. De dwanggedachte is de ‘obsessie’ en de dwanghandeling is de ‘compulsie’. 

Een paar weetjes over dwanggedachten

  1. Ongeveer 150.000 Nederlanders lijden aan een dwangstoornis.
  2. Een dwangstoornis ontstaat op kinderleeftijd.
  3. Het komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen.
  4. In veel gevallen is een behandeling met medicijnen en gedragstherapie succesvol.

Je hebt al kunnen lezen dat er verschillende soorten dwanggedachten zijn. Dit is hetzelfde geval bij een dwangstoornis. Vaak kunnen dwanggedachten niet los gezien worden van dwanghandelingen. We gaan daarom hier dieper in op twee dwangstoornissen die het meest voorkomen.

De 2 meest voorkomende dwanggedachten: smetvrees en twijfelzucht

De twee meest voorkomende dwanggedachten zijn gebaseerd op smetvrees en twijfelzucht.

Smetvrees

Smetvrees komt het vaakst voor. De dwanggedachten komen voort uit een angst, namelijk de vrees om besmet te raken. De dwanghandeling die je hierbij ziet, is wasdwang. De persoon die lijdt aan smetvrees weet vaak zelf niet waarmee hij nu precies kan besmet kan raken. Het aanraken van iets, iemand de hand schudden of een bepaalde stoel gezeten te hebben, zijn voorbeelden waarbij hij bang is besmet te raken. De dwanghandeling die dan ontstaat is het voortdurend moeten wassen van de handen. En soms zelfs het hele lichaam of het hele huis.

De angst om besmet te zijn, blijft in het hoofd hangen en hij raakt deze niet kwijt. Deze angst neemt pas af als hij zich heeft gewassen. Dit wassen is meestal (een onderdeel van) een uitgebreid ritueel. Bijvoorbeeld urenlang douchen. Het lichaam (en of huis) wordt dan grondig gereinigd, soms zelfs met een schuurmiddel. En totdat het lichaam beurs en open is. Of het wassen van de handen moet in een bepaalde volgorde gebeuren en een bepaald aantal keer herhaald worden. Als hij tijdens dit ritueel de tel is kwijtgeraakt, dan moet alles opnieuw.

Het schoonmaakritueel kan soms best ernstig zijn, zoals de zelfbeschadiging in dit voorbeeld. De persoon met smetvrees kan echter niet stoppen met deze dwanghandeling.

Twijfelzucht

Twijfelzucht is na smetvrees de meest voorkomende dwanggedachte. Hierbij speelt controledwang een grote rol.

Bij twijfelzucht twijfelt de persoon of hij bepaalde dingen, acties wel goed heeft uitgevoerd. Bijvoorbeeld of het raam of de deur goed op slot zitten. Of hij een bepaald woord goed heeft gelezen of dat de kaars echt uit is. Deze twijfel gaat meestal over dingen die weinig betekenis hebben. Gevolg van deze dwanggedachte is dat hij alles gaat controleren. Controleren of het raam wel op slot zit, controleren of het woord wel klopt dat hij heeft gelezen, controleren of de kaars niet meer brandt.

Ergens weet hij wel dat de kaars echt uit is, toch is de controle nodig. De twijfel is pas weg als hij de kaars tig keer heeft gezien. En de twijfel is er direct weer. Na het tig keer controleren van de kaars. Hij wordt als het ware gedwongen om de kaars te blijven controleren of deze inderdaad niet meer brandt.

Deze twijfel en bijbehorende controledwang kan gekke vormen aannemen. Bijvoorbeeld het gevoel dat hij tijdens een autorit een ongeluk heeft veroorzaakt. Hij zal dan weer terug moeten naar die plek en kijken of er iets van een ongeluk is gebeurd.

Lijden aan dwanggedachten is naar en heeft negatieve gevolgen. Sowieso is het een zeer moeilijke en gespannen situatie voor de persoon zelf en voor de omgeving van de persoon. Soms moet de persoon zich ziek melden voor zijn werk, omdat het niet meer mogelijk is dit werk te doen. De dwangstoornis neemt alle tijd in beslag. De persoon voelt zich vaak eenzaam. Juist omdat hij zich schaamt voor zijn dwanggedachten en dit liever verbergt (voor zover dit mogelijk is). Iemand met smetvrees is bijvoorbeeld bang om mensen uit te nodigen bij hem thuis of om juist bij anderen op bezoek te gaan.

Het lijden van mensen die last hebben van dwanggedachten is enorm. Tot slot willen we graag wat tips meegeven. Het zijn tips van een ervaringsdeskundige.  Iemand die dit zelf heeft meegemaakt.

Tips bij dwanggedachten van een ervaringsdeskundige

Deze tips zijn van een vrouw die zelf 13 jaar lang aan dwanggedachten heeft geleden. En na therapie en opname in een kliniek beter is geworden. Deze tips komen grotendeels overeen met de tips die een psycholoog je zal geven.

Tips bij dwanggedachten

Praat er met iemand over. Veel mensen hebben last van dwanggedachten, het is niet zo raar als je denkt. En bijna niemand zegt het tegen een ander.

Stop met het vermijden van situaties die je angst triggeren. Dit verergert het juist.

Als werken of leren niet meer lukt, geef dit direct aan. Je kunt je studie bijvoorbeeld tijdelijk stop zetten. Kun je niet meer werken? Vraag dan een uitkering aan.

Mindfulness is een oplossing om op een goede manier om te kunnen gaan met gedachten en gevoelens. Het is de manier om je gedachten en gevoelens niet te vermijden. En om emoties te voelen en te verwerken.

Word lid van een site (of forum) en praat erover. Zo vind je herkenning.

Het boek ‘Duiveltje van de geest’ (van Lee Baer) moet je lezen. Het is zo herkenbaar.

Veel beweging. Het helpt je energieker en minder somber te worden. En minder gedachten te hebben.

Zoek snel genoeg hulp. Blijf niet doormodderen totdat het heel erg wordt. Dwanggedachten worden alleen maar meer en erger. Doordat je namelijk er op een verkeerde manier mee omgaat. Leer een nieuwe, betere manier om met de dwanggedachten om te gaan. Stop het niet weg en zoek hulp!

Zoek een gespecialiseerde psycholoog. Een psycholoog kan je helpen. Bedenk dat jij zelf het beste weet over jezelf en jouw dwanggedachten. Vertrouw op jezelf. Jij weet als geen ander wat er in jezelf speelt en waarom. Gebruik dit tijdens je therapie.

Wees tijdens je therapie erg oplettend of je zelf geen instandhoudend gedrag vertoont. Bijvoorbeeld gedachten wegduwen, het probleem analyseren, je gevoelens niet voelen of voortdurend afleiding zoeken. Bespreek dit met je psycholoog.

Houd vol! Soms kan het zo uitzichtloos, naar en somber zijn. Maar als je leert om goed om te gaan met je dwanggedachten, dan doen ze na verloop van tijd niets meer.

Zoek dus hulp van een gespecialiseerde psycholoog! Bij ons kun je meteen terecht. We hebben geen wachtlijst. Als je je vandaag aanmeldt, kun je binnen vijf werkdagen aan de slag.

Neem gerust contact met ons op via het formulier.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Diana Groos

About Diana Groos

Diana is contentmanager bij De Psycholoog. In samenwerking met het team van psychologen schrijft zij stukken over psychologische onderwerpen. Dit artikel is geredigeerd door een van onze psychologen.

Leave a Reply