was successfully added to your cart.
cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is de meest gebruikte vorm van therapie binnen de psychologie. Ook bij De Psycholoog gebruiken we Cognitieve Gedragstherapie als de basis van onze behandelingen. Daarom vond ik het de moeite waard om een inleiding te schrijven over deze vorm van therapie.

In dit stuk begin ik met de praktische toepassing. In een notendop bespreek ik wat cognitieve gedragstherapie is en hoe het wordt toegepast.

Uit onderzoek blijkt dat je op basis van een boek over cognitieve gedragstherapie zelfstandig je psychologische klachten kunt verminderen. Je kunt dus zelfstandig met deze therapievorm aan de slag.

Daarna bespreek ik een aantal overtuigingen die we in cognitieve therapie heel vaak tegenkomen en nieuwe overtuigingen daarbij. Zo kun je alvast een idee krijgen van de manier waarop de cognitieve gedragstherapie werkt.

Wat is cognitieve gedragstherapie?

Als we het over de cognitieve gedragstherapie hebben, bedoelen we eigenlijk twee soorten therapie. De cognitieve therapie en de gedragstherapie. Beide soorten therapie hebben invloed op elkaar. We zullen ze hier eerst apart bespreken en daarna samen.

Cognitieve Therapie

Het uitgangspunt van de cognitieve therapie is betrekkelijk eenvoudig. Zo eenvoudig dat de Griekse filosoof Epiktetos er al in 500 voor Christus over schreef:

Niet de dingen zelf maken de mensen van streek, maar hun gedachten erover’ – Epictetus

Zoals je leest is zijn stelling dat onze gedachten over “dingen” er voor zorgen dat we bepaalde gevoelens over die dingen hebben. Niet die dingen zelf.

Een simpel voorbeeld. Als ik mijn nichtje van vier een konijntje laat zien, wordt ze daar helemaal vrolijk van. Ze wilt hem knuffelen en vindt het bijna direct het liefste dier dat ze ooit gezien heeft.

Als ik dat zelfde konijn aan mijn slager laat zien, heeft hij er hele andere gedachten en gevoelens bij. Hij wil het dier op de barbeque leggen en begint er al van te watertanden.

Exact hetzelfde konijn (of in de woorden van Epictetus, hetzelfde “ding”) roept dus bij mijn nichtje hele andere gedachten en gevoelens op dan bij mijn slager.

Cognitieve Gedragstherapie berg

Je interpretatie kan er heel gemakkelijk naast zitten. Zo zien veel mensen in deze afbeelding een meer met een zandstrand, terwijl het eigenlijk een muurtje is.

Het uitgangspunt van de cognitieve therapie is dat je zelf invloed kunt uitoefenen op de overtuigingen die je hebt. En als je dat doet, zullen je gevoelens ook veranderen.

Je hebt met andere woorden een keuze om te denken wat jij wilt. Je hoeft niet altijd mee te gaan in je gedachten en je bent niet veroordeeld tot steeds weer dezelfde negatieve gevoelens. Oftewel; je kunt invloed hebben op de gevoelens die je dagelijks ervaart.

 Tip: Hoe je denkt, bepaalt hoe je je voelt. Gelukkig heb je invloed op je manier van denken.  

Gedragstherapie

Gedragstherapie is een wat nieuwere manier om naar menselijk gedrag te kijken. In principe komt deze methode voort uit het onderzoek van psycholoog Pavlov.

Pavlov deed onderzoek naar het gedrag van honden. Specifiek experimenteerde hij met het aanleren van gedrag bij honden. En met het afleren van datzelfde gedrag.

Hij kwam er al snel achter dat honden gemakkelijk verbanden kunnen leggen tussen twee dingen die tegelijk gebeurden. Als Pavlov een bel liet klinken net voor de hond eten kreeg, duurde het niet lang voordat de hond al ging kwijlen op het moment dat de bel klonk.

Cognitieve Gedragstherapie - Pavlov

De meester aan het werk

Wanneer de bel echter een flink aantal keren klonk zonder dat er eten op volgde, leerde de hond het kwijlen echter ook weer af.

Deze simpele principe’s zetten we in de psychologie ook in. Als je bijvoorbeeld bang bent voor spinnen, is het juist goed om je met spinnen in contact te laten komen. Je kunt dan in de praktijk leren dat er niets gebeurd als je spinnen ziet, en daarom zal je spanning dan ook dalen.

Cognitieve Gedragstherapie

Wanneer we deze twee therapievormen samen nemen, vormen ze de cognitieve gedragstherapie. Deze werken zo goed samen, omdat ze elkaar beïnvloeden. Dat is makkelijk uit te leggen:

Gedachten beïnvloeden gedrag:

  • Als je denkt dat niemand op jou zit te wachten, zul je ook niet het woord voeren in een groep.
  • Als je er van overtuigd bent dat het leven niet de moeite waard is, zul je ook niet op zoek gaan naar leuke activiteiten.
  • Wanneer je het zwijgen van je collega als afwijzing ervaart, zul je ook niet snel een praatje met die persoon aanknopen.

Gedrag beïnvloedt je cognities

  • Als je 1000 mensen aanspreekt en er gebeurt niets met je, zul je op den duur minder gespannen raken om anderen aan te spreken.
  • Als je tijdens een feestje iemand leert kennen met wie het goed klikt, zul je minder snel denken dat niemand op jou zit te wachten.
  • Als je daarentegen altijd maar thuis blijft, zul je ook niemand tegenkomen en nog meer er van overtuigd raken dat niemand met jou wil omgaan.


Self-fulfilling prophecy
Een specifieke vorm van overtuigingen die je gedrag beïnvloeden is de self-fulfilling prophecy. Dat is het idee dat je overtuigingen vanzelf uitkomen omdat je gedrag je overtuigingen volgt. Als je er bijvoorbeeld van overtuigd bent dat je nooit zult worden aangenomen op een functie, zul je daar nooit op solliciteren. En dus nooit aangenomen worden!

Tijdens cognitieve gedragstherapie willen we mensen in een positieve spiraal brengen. Door hun overtuigingen te veranderen, willen we er voor zorgen dat hun gedrag ook verandert. En dat gedrag levert weer ervaringen op die hun overtuigingen versterkt. Enzovoort.

 Tip: als je tegelijkertijd aan je overtuigingen en aan je gedrag werkt, heb je de grootste kans op verandering. 

Stel je bijvoorbeeld voor dat je erg verlegen bent. Diep van binnen ben je er van overtuigd dat niemand er behoefte aan heeft om met jou te praten. Daarom blijf je maar liever thuis.

In therapie gaan we kijken of we die overtuiging kunnen veranderen. Waarom denk je dat niemand jou aardig vindt? Is het geloofwaardig dat er geen enkele van die 6 miljard mensen bij jou past? Dat is het cognitieve deel van de therapie.

Daarna gaan we kijken of we gedrags-experimenten op kunnen zetten. Zou je bijvoorbeeld eens naar een feestje kunnen gaan om te kijken of je daar mensen kunt ontmoeten. Of wellicht is het een idee om je in te schrijven op een datingsite. Desnoods wordt je lid voor de vereniging van verlegen mensen.

We hopen dan dat de nieuwe overtuigingen en het nieuwe gedrag elkaar versterken. Omdat je leert inzien dat je echt niet zo raar bent, ga je waarschijnlijk gemakkelijker naar een feestje toe. En als je daar merkt dat mensen je best aardig vinden, zul je er ook weer meer van overtuigd raken dat je heus niet zo gek bent als je eerst dacht.

Cognitieve Gedragstherapie Interpretatie:GedragDit is natuurlijk een heel oppervlakkige beschrijving van wat er in therapie gebeurd. Hieronder zullen we daarom in meer detail bespreken hoe cognitieve gedragstherapie in zijn werk gaat.

Cognitieve Gedragstherapie in de Praktijk


Er zijn vele manieren om het idee achter cognitieve gedragtherapie te presenteren. In dit artikel kies ik in eerste instantie voor de meest eenvoudige weergave, deze noem ik het ABC-schema. Hieronder zie je het schema, waarin ik heb uitgeschreven hoe mijn nichtje en de slager over een konijn denken.

Cognitieve Gedragstherapie - tabel

A: Situatie


Bij A hebben we de Situatie. Met de Situatie bedoelen we alles dat er echt is. De objectieve werkelijkheid die je kunt aanraken, ruiken, horen en zien. Als je er een film van zou maken, zou je precies kunnen aanwijzen wat je bedoelt.

Bijvoorbeeld: Een konijn kan wit zijn, kan lang of juist kort haar hebben, kan 2 kilo wegen of 4,5 en kan tot een bepaald ras behoren. Dit zijn allemaal feiten.

Als we zeggen dat een konijn “schattig” is of “smakelijk” is dat niet een beschrijving van de situatie. Deze twee beschrijvingen zijn namelijk niet feitelijk waar. Sommige mensen vinden konijnen namelijk enorm vervelend en juist heel onsmakelijk. Dit zijn dus geen objectieve feiten, maar subjectieve meningen.

In cognitieve gedragstherapie is het de uitdaging om de situatie en de interpretatie (de feiten en de meningen) van elkaar te scheiden.

B: Interpretatie


De B staat voor de gedachten die we bij een bepaalde Situatie hebben. Oftewel de subjectieve meningen. Deze gedachten kunnen heel eenvoudig zijn. Bijvoorbeeld: “Als ik een glas uit mijn handen laat vallen, zal deze waarschijnlijk breken”. Gedachten kunnen ook heel ingewikkeld zijn. Bijvoorbeeld: “Zorgen voor mijn familie is belangrijker dan zorgen voor mijzelf.” De overtuiging over het glas kunnen we gemakkelijk testen, bij de overtuiging over je familie is dat lastiger. Desondanks zijn het allebei meningen.

C: Gevoel en Gedrag


Tot slot gaat het bij C over het gevoel en het gedrag dat veroorzaakt wordt door je overtuigingen. Uiteraard hebben het gevoel en het gedrag vaak met elkaar te maken. We bespreken ze samen om alles wat overzichtelijker te houden.

Gevoel: We zien dat veel mensen er moeite mee hebben om hun emoties te benoemen. Ze halen vaak de interpretatie en het gevoel door elkaar. Door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik voel me afgewezen”. In de cognitieve gedragstherapie zeggen we dat dit de interpretatie is: “Ik voel me afgewezen” en het gevoel dat daar bij komt kijken kan bijvoorbeeld “bedroefd” zijn.

Daarom geven we voor het gemak vijf gevoelens mee die je kunt invullen bij Gevoel:

  1. Bang
  2. Boos
  3. Blij
  4. Bedroefd
  5. Beschaamd

Volgens verschillende theorieën over emoties kun je onder deze vijf emoties ongeveer alle emoties vatten.

Gedrag: met gedrag bedoelen we de dingen die je doet omdat je een bepaalde interpretatie hebt. Als je bijvoorbeeld denkt dat een collega haar negeert, kun je haar ook gaan negeren. Of wanneer je denkt dat je baas een hekel aan je heeft, kun je er voor kiezen om hem uit de weg te gaan.

Zoals we al hebben uitgelegd in het deel over de self-fulfilling prophecy, versterkt ons gedrag soms de vervelende situatie waar we in zitten. Daarom is het belangrijk om je gevoel en je gedrag onder de loep te nemen.

Voorbeeld van een ABC-Schema


Hieronder hebben we een eenvoudig voorbeeld ingevuld in het ABC-schema.

Cognitieve Gedragstherapie ABC

Het is wel helder dat het gevoel en het gedrag in dit geval is veroorzaakt door de gedachten. Het is hopelijk ook helder dat de interpretatie niet per se hoeft te kloppen. Zo kan het zijn dat:

  • Je collega je niet negeert, maar bijvoorbeeld een slecht humeur heeft of bedroefd is.
  • Hij je wel negeert, maar dat je niks verkeerd gedaan hebt. Misschien schaamt hij zich wel tegenover jou en heeft hij iets verkeerds gedaan.
  • Bij twijfel zou het wel eens niet de beste keuze kunnen zijn om hem uit de weg te gaan. Waarom vraag je het niet even na? Als er echt iets aan de hand is, kunnen jullie misschien nog tot een oplossing komen.

Voor veel mensen is het best lastig om hun “foutieve” gedachten op te sporen en aan te passen. Daarom ga ik hier in de volgende alinea uitgebreider op in:

Veelvoorkomende schadelijke overtuigingen


Tijdens behandelingen komen we vaak hetzelfde soort overtuigingen tegen. Natuurlijk is er wel verschil van de ene klacht tot de andere. Iemand die paniekaanvallen (link paniekaanvallen) heeft, zal bijvoorbeeld vaak denken: “Als ik me zo voel, kan ik elk moment flauwvallen”. Dit is een gedachte die depressieve mensen niet snel hebben. Toch zijn er ook een aantal overtuigingen die bijna al onze cliënten gemeen hebben:

1. Iedereen moet mij aardig vinden


Aaron Beck, een van de bedenkers van de cognitieve therapie, noemde deze overtuiging de “meest voorkomende en meest schadelijke overtuiging” die hij bij mensen ziet. We noemen dit in Nederland soms ook wel “liefdesverslaving”. Daarmee doelen we er op dat je verslaafd bent aan de liefde (oftewel goedkeuring) van anderen.

Op zich is deze overtuiging natuurlijk niet zo heel gek. Laten we wel wezen, ik vind het ook prettiger wanneer mensen me aardig vinden. Het is immers prettig om een goed contact met anderen te hebben.

Het is echter ook gelijk duidelijk dat dit niet haalbaar is. Niet iedereen zal je aardig vinden en daar kun je niet altijd iets aan doen. Mensen kunnen je bijvoorbeeld onaardig vinden omdat je een andere mening hebt dan zij, maar je kunt toch moeilijk al je meningen gaan bijstellen. Net zo is het mogelijk dat mensen je onaardig vinden als je niet doet wat zij willen. Dat maakt echter niet dat je altijd maar moet doen wat zij willen.
Je zult dus een middenweg moeten vinden tussen aardig gevonden willen worden en tegelijkertijd je eigen keuzes durven maken in het leven. Gek genoeg is het zo dat veel mensen je juist aardiger gaan vinden naarmate je meer doet wat je zelf leuk vind. Ze weten dan wat ze aan je hebben en je wordt er ook een leuker mens van.

Gedragsexperimenten:

  • Hou eens voet bij stuk. Blijf bij je mening
  • Zeg eens nee tegen een verzoek
  • Geef eens je mening over iemand zonder deze al teveel te verzachten
  • Vraag een ander eens om iets voor jou te doen

Als je dit doet, kan het best zijn dat iemand je minder aardig vindt of ronduit vervelend. Jij zult dit natuurlijk enorm vervelend vinden, maar de vraag is of dit ook vervelend is. We zijn met behulp van deze gedragsexperimenten dus vooral op zoek naar de praktische consequenties van je gedrag.

2. Als ik een fout maak is dat verschrikkelijk


Deze overtuiging zien we ook heel vaak terug. We noemen dit ook wel faalangst. Veel mensen hebben het idee dat het “normaal” is om alles direct goed te doen. Ze gaan er zonder meer vanuit dat ze alles horen te kunnen wat aan hun gevraagd wordt.

Casus Dennis
Dennis heeft net een nieuwe baan. Hij is verplaatst naar een nieuwe afdeling en heeft daar een hoop nieuwe taken gekregen. Bovendien is hij voor het eerste leidinggevende. Hij meld zich bij ons met stressklachten.

Het wordt al snel duidelijk dat Dennis enorm bang is om iets verkeerd te doen. Hij durft niets te vragen aan anderen en verwacht van zichzelf dat hij geen fouten maakt. Bovendien wil hij geen twijfel laten zien aan zijn medewerkers. Daarom werkt hij elke weekeind over en bereid hij elke activiteit tot in den treure voor. Dat zorgt natuurlijk voor een hoop stress.

Gedurende het traject ziet hij in dat fouten maken in een nieuwe functie niet zo gek is. Hij beseft zich zelfs dat zijn nieuwe medewerkers het zullen waarderen van hem als hij naar hun expertise vraagt. Als hij in de praktijk meer vragen gaat stellen en minder voorbereid, ziet hij dat dit hem totaal niet kwalijk genomen wordt.

Fouten maken is best een complex onderwerp. Natuurlijk vind je baas het niet fijn als je continue fouten maakt. Daarvoor heeft hij je waarschijnlijk niet ingehuurd. Desalniettemin kan elke baas wel begrijpen dat het niet altijd perfect gaat. Een aantal opmerkingen die we over fouten maken geven zijn:

  • Fouten maken is een natuurlijk onderdeel van je leerproces. Als je iets nieuws moet leren, gaat dat niet vanzelf goed. Dus zul je soms eerst iets moeten proberen. Fouten maken horen daar bij.
  • Een fout maken is dan ook niet zo erg, fouten blijven maken is wel vervelend. Zorg er dus voor dat je leert van je fouten. Alleen een ezel stoot zich twee maal aan dezelfde steen.
  • Perfectie is in de meeste organisaties helemaal niet gewenst. De meeste organisaties streven naar tevreden klanten en veel klanten zijn ook zeer tevreden met goed (in plaats van perfecte) dienstverlening. Soms kan perfectie te duur zijn of te lang duren en is een dikke voldoende veel prettiger.

Natuurlijk valt er nog veel meer te zeggen over fouten maken. Hoe dat ook zij, perfectie is het antwoord over het algemeen niet en hoe langer je daar naar blijft streven, hoe meer zorgen het je oplevert.

Gedragsexperimenten:

  • Vraag eens wat sneller en wat vaker om hulp. Mensen zijn vaak zeer bereid om te helpen en vinden het helemaal niet gek dat je niet alles kunt.
  • Maak eens met opzet een (klein) foutje. Registreer hoe mensen hier op reageren en wat de praktische consequenties zijn. Je zult zien dat dit enorm meevalt.
  • Vraag om feedback. Mensen die bang zijn om fouten te maken, vinden het vaak moeilijk om kritiek te krijgen. Als je die toch vraagt, zul je zien dat je het nooit goed doet en dat je soms tegengestelde kritiek krijgt (“Ik vind dat je teveel controle houdt” van de ene collega, terwijl de ander zegt: “Je mag wel wat meer controle houden”). Perfectie bestaat in verreweg de meeste beroepen echt niet.

3. Doemdenken


Bij clïenten zien we regelmatig dat ze doen aan doemdenken. De wetenschappelijke term hiervoor is ook wel: aangeleerde hulpeloosheid. In het onderstaande (Engelstalig) filmpje, wordt mooi uitgelegd wat dit precies is:


Mensen die doemdenken gaan er dus bij voorbaat al vanuit dat alles fout zal gaan in hun leven. Dat heeft er vaak mee te maken dat er ooit iets fout is gegaan. Op basis van die ervaring, hebben ze nu besloten dat dit in de toekomst wel weer zal gaan gebeuren.

Zoals ze bij Holland Casino al zeggen: “In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst.” Dat je dus gister iets vervelends is overkomen, hoeft niet te beteken dat dit je vandaag weer overkomt. Je kunt dus net zo goed verwachten dat er iets positiefs gebeurd.

Gedragsexperimenten:

  • Wie niet waagt, wie niet wint. Dit is een goed uitgangspunt voor notoire doemdenkers. Als je niets doet, kun je er van op aan dat je geen positief resultaat hebt. Daarom kun je maar beter een poging doen, wellicht heb je dit keer wel geluk.
  • In het verlengde daarvan zou je eens kunnen bijhouden hoe vaak je pech hebt. Veel mensen geven al heel snel op en voelen zich dan gesterkt in hun overtuiging dat het bij hun altijd verkeerd gaat. Als je bijhoudt hoe het nu echt gaat, blijkt vaak dat het allemaal wel een beetje meevalt.
  • Tot slot is het verstandig om te leren relativeren. Wat is fout nu eigenlijk? Is dat al wanneer alles verkeerd is, of kun je uit sommige negatieve situaties toch nog een succesje halen? Probeer in het vervolg nu eens te kijken wat de daadwerkelijke negatieve gevolgen zijn van je acties.

Waarom werkt Cognitieve Gedragstherapie?

De cognitieve therapie werkt om een aantal redenen. Hieronder bespreken we er een aantal:

Je gevoel beter opmerken. We gebruiken het ABC-schema vaak om een eerste inventarisatie te maken van de overtuigingen die je nu hebt. Als je het ABC-schema gaat invullen, begin je vaak bij het gevoel. Op het moment dat je een bepaald gevoel hebt, ga je je afvragen: “welke overtuiging zorgt voor dit gevoel?”.

Dat onderzoek zorgt er voor dat je gevoelens überhaupt opmerkt. Veel mensen zijn zo met hun baan, hun gezien, hun vriendenkring en het nieuws bezig dat ze hun gevoel helemaal over het hoofd zien. Het werken met je gevoel zorgt er voor dat je ook weer in contact treedt met je gevoel.

Inzicht: het is voor cliënten vaak niet helemaal duidelijk waar hun gevoelens vandaan komen. “Waarom vind ik het zo moeilijk om tijdens een vergadering het woord te nemen?” is een vraag die ik bijvoorbeeld wel eens gehoord heb tijdens therapie. Met behulp van dit schema kun je een inzicht krijgen in de overtuigingen die voor deze angst zorgen.

Je kunt vaak ook inzicht krijgen in bepaalde patronen die er spelen bij je. Stel dat je de overtuiging hebt: “iedereen moet mij aardig vinden”. Deze overtuiging kan voor vervelende gevoelens zorgen in verschillende situaties. Bijvoorbeeld in de omgang met je schoonouders, met je collega’s, bij spreken in het openbaar en tijdens netwerkborrels. Wanneer je deze overtuiging scherp in het vizier hebt, kun je hem al aan zien komen en je er op voorbereiden.

Veranderen van je gedachten: soms blijkt dat bepaalde gedachten die je hebt helemaal niet overeen komen met de werkelijkheid. Een simpel voorbeeld komt bijvoorbeeld van een kandidaat die vroeger altijd meegekregen had van zijn ouders: “als grote mensen spreken, moet jij stil blijven”. Inmiddels was hij zelf al lang en breed volwassen (en dus zelf ook een “groot mens”), maar de overtuiging zat nog steeds in zijn hoofd. Daarom voelde hij zich altijd gespannen in contact met anderen en hield hij zich ook braaf stil.

De basis van de cognitieve gedragstherapie is dat je nieuwe gedachten kunt opdoen. Gedachten die beter passen bij je huidige situatie en daarom ook niet meer steeds vervelende gevoelens oproepen.

Mijn collega Marisse, die Cognitief Gedragstherapeut is, heeft op haar visitekaartje gezet dat je niet alles hoeft te geloven dat je denkt.

Mijn collega Marisse, die Cognitief Gedragstherapeut is, heeft op haar visitekaartje gezet dat je niet alles hoeft te geloven dat je denkt.

Afstand nemen van je gevoel: tijdens cognitieve gedragstherapie leer je jezelf aan om niet direct te handelen op basis van een gevoel. Een gevoel wordt daarentegen een signaal. Een signaal dat aangeeft dat er een bepaalde overtuiging in het spel is die er voor zorgt dat je dit gevoel krijgt.

Die afstand van het gevoel zorgt er direct al voor dat je minder beïnvloed wordt door het gevoel. Dat is al een hele stap om er beter mee om te kunnen gaan.

Gedragsexperimenten doen: soms kun je heel erg overtuigd zijn van een bepaalde gedachte. Bijvoorbeeld: als ik een opdracht van mijn baas niet aanneem, zal hij me vast ontslaan. Het zal dan heel moeilijk zijn om die gedachte te veranderen. Wat daarbij dan kan helpen, is om een gedragsexperiment aan te gaan. In het bovenstaande voorbeeld zou dat betekenen dat je toch een keer een opdracht niet aanneemt. Dat geeft je namelijk de mogelijkheid om te ontdekken wat je baas nu echt doet.

Situatie veranderen: Dit wordt niet als een typisch onderdeel van cognitieve gedragstherapie gezien, maar hoort daar wat mij betreft wel onder. Als je continue ruzie hebt met je partner, kun je daar iets aan proberen te doen door anders te denken en je anders te gaan gedragen. Soms is het echter beter om de relatie te verbreken. Bij een relatie is dat een hele stap, maar soms merken we dat er soms ook kleine stappen zijn te bedenken die helpen.

Wetenschappelijk onderzoek naar cognitieve gedragstherapie


Cognitieve Gedragstherapie is ongeveer de best onderzochte psychologische behandelmethode ter wereld.

In de eerste fase van onderzoek het onderzoek naar een behandelmethode, worden er onderzoeken gedaan. Hierin worden er een groep mensen behandeld met CGT en een groep wordt niet behandeld of krijgt een andere behandeling. Achteraf kijkt men wie er het meest opgeknapt heeft. Uit dit soort onderzoeken blijkt dat CGT effectief is voor de behandeling van klachten als depressie, angst en stress en vele andere klachten.

Op basis van dit soort onderzoeken worden meta-analyses geschreven. Daarin vergaren wetenschappers meerdere onderzoeken naar CGT om te kijken wat ze op basis van meerdere onderzoeken kunnen concluderen. Ook in dit soort meta-analyses komt de CGT als succesvol uit de bus.

Inmiddels is er zoveel onderzoek gedaan, dat er ook al reviews of meta-analyses zijn gedaan. Dit zou je een meta-meta-analyse kunnen noemen, oftewel een vergelijking van meerdere meta-analyses. Ook hieruit komt CGT als succesvol uit de bus. Wie nog niet overtuigd is en graag zelf verder wil lezen, verwijs ik graag naar onderstaande artikelen:

Butler, A.C., Chapman, J.E., Forman, E.M., & Beck, A.T. (2006). The empirical status of cognitive-behavioral therapy: A review of meta-analyses. Clinical Psychology Review, 26(1), 17-31.

Chambless, D.L., & Ollendick, T. H. (2001). Empirically Supported Psychological Interventions: Controversies and Evidence. Annu. Rev. Psychol, 52, 685-716.

Tolin, D.F., Is cognitive-behavioral therapy more effective than other therapies? meta-analytic review, Clinical Psychology Review (2010)

Robert Haringsma

About Robert Haringsma

Robert Haringsma is psycholoog en onderzoeker. Hij schrijft over onderwerpen als stress, zelfvertrouwen, depressie en angst.

Leave a Reply