was successfully added to your cart.

Winkelmand

faalangst

Doordat ik veel met mensen werk die een gebrek aan zelfvertrouwen ervaren, kom ik in de dagelijkse praktijk veel faalangst tegen. Dat is de angst om een fout te maken, iets niet te kunnen of af te gaan in de ogen van anderen.

De afgelopen jaren heb ik in training en coaching honderden mensen begeleid die met dit probleem zaten. Omdat ik er zoveel mee te maken heb, hou ik alle literatuur nauwgezet bij en volg ik de wetenschappers die onderzoek doen naar dit fenomeen.

Op basis van die combinatie van kennis en ervaring heb ik een methode ontwikkeld waarmee goede resultaten geboekt worden in de praktijk. In dit artikel zal ik deze methode uiteen zetten. Als jij last hebt van faalangst, raad ik je dan ook van harte aan om dit artikel te lezen.

Wat is faalangst?

Faalangst is niet een erkend psychologisch probleem. Het staat niet in het handboek van psychologische klachten, de DSM V. Faalangst kan echter wel een deel van het probleem zijn voor mensen die depressief zijn, (sociale) angstklachten hebben of in een burnout zitten.

Wat we in het algemene taalgebruik verstaan onder faalangst is de angst om een fout te maken, om af te gaan in de ogen van anderen of iets niet te kunnen.

Ik haal er ook graag de strategieën bij die mensen inzetten om te kunnen omgaan met hun faalangst. Ik noem er hier een paar die ik veel zie:

  • Nieuwe situaties uit de weg gaan. Bij voorkeur het werk blijven doen dat je al kent.
  • Kritiek bij anderen neerleggen. Niet durven inzien dat jij het fout gedaan hebt en daarom een ander de schuld geven of de criticus verwijten dat hij ongevoelig is.
  • Je op de achergrond houden om te voorkomen dat iemand ziet dat je een fout gemaakt hebt.
  • Geen feedback vragen uit angst om iets negatiefs te horen.


Deze strategieën zorgen vaak voor net zoveel problemen als de angst die er bij hoort. Daarom is het goed om bij de behandeling van faalangst ook naar deze problemen te kijken. Voor we bij de behandeling aan komen, wil ik echter eerst nog wat meer uitgebreid kijken naar de oorzaken van faalangst.

Waar wordt faalangst door veroorzaakt?

Waarom hebben mensen nu precies faalangst. Waar wordt het door veroorzaakt? Ik ben er van overtuigd dat faalangst een resultaat is van te weinig zelfvertrouwen.

Om je uit te leggen hoe dat zit kan ik de theorie gebruiken die ik omschrijf in mijn boek “Vergroot je Zelfvertrouwen”. Ik zal hier echter de theorie van Jan Geurtz gebruiken uit zijn boek liefdesangst, omdat die gemakkelijk te begrijpen is en simpel uit te leggen.

Geurtz geeft aan dat zelfvertrouwen een gebrek aan eigenwaarde is. Hij beschrijft dat het allemaal begint met een negatief zelfbeeld. Je moet dan denken aan overtuigingen als: “Ik ben niet goed genoeg”, “anderen zijn beter dan ik”, “Ik moet eerst bewijzen wat ik waard ben” etc. Dit is de kern van de persoonlijkheid van veel mensen met een laag zelfvertrouwen:

Als tactiek om daar mee om te gaan proberen mensen met een laag zelfvertrouwen aan zichzelf te bewijzen dat ze toch wel goed genoeg zijn. Dat doen ze door prestaties te leveren. Bijvoorbeeld door rijk te worden, door een grote auto te rijden of gewoon door het “perfecte” gezinsleven te hebben. We noemen die verdedigingslaag “presteren”.

Het spreekt natuurlijk voor zich dat de overtuiging: “als ik presteer ben ik de moeite waard” logischerwijs ook betekent: “als ik niet presteer, ben ik ook niet de moeite waard”. Dit noemen we ook wel faalangst.

Dat presteren is trouwens niet alleen bedoeld om jezelf er van te overtuigen dat je goed genoeg bent, maar ook om anderen te overtuigen. Als iedereen je immers complimenteert met je prestaties, moet dat toch wel betekenen dat je de moeite waard bent? De tweede laag is dan ook “goedkeuring zoeken”.

Het is belangrijk om deze laag ook te noemen, want veel mensen die faalangst hebben maken zich ook enorm zorgen over het oordeel van anderen over dat falen. Met behulp van het schema van Geurtz is goed te begrijpen waarom dat zo is. Als mensen namelijk zien dat je iets niet kunt, zullen ze je niet meer aardig vinden. En als mensen je niet meer aardig vinden, zegt dat iets over je eigenwaarde. (Dit is in ieder geval de gedachte van mensen met een laag zelfvertrouwen, in dit artikel leggen we uit hoe je hier anders naar kunt kijken).

In de paragrafen over de behandeling van faalangst kom ik nog meer uitgebreid terug op deze overtuiging. Voor nu volstaat het om te weten dat:

  • Faalangst komt voort uit de angst om niet goed genoeg te zijn.
  • Falen is voor mensen met een laag zelfvertrouwen het bewijs dat ze niet goed genoeg zijn.
  • Afkeuring van anderen is ook een bewijs dat ze niet goed genoeg zijn.


Nu we weten waar faalangst vandaan komt, wil ik nog twee dingen bespreken. Het verschil tussen positieve en negatieve faalangst en een uitleg over waarom faalangst eigenlijk verkeerd is. Daarna ga ik het hebben over de omgang met faalangst.

Positieve en negatieve faalangst

De belangrijkste symptomen van faalangst hebben we in de voorgaande alinea genoemd. Het is echter belangrijk om faalangst te onderscheiden van de prettige spanning die er kan spelen rondom presteren. Laten we twee voorbeelden nemen. Peter en Hendrik doen beide mee aan een hardloopwedstrijd. Hieronder lees je hun innerlijke monoloog:

Hendrik: zal het vandaag lekker gaan? Ik hoop het echt. Het zou zo gaaf zijn als ik mijn record kan verbeteren. Hmmm, ik zweet nu al en mijn hart gaat ook aardig tekeer. Laten we maar van start gaan, ik ben er klaar voor.

Peter: Als ik het nu maar niet verpruts! Heb ik wel genoeg getraind? Die vent daar zal vast wel denken: “waarom doet die amateur mee”. Ik zal hem eens bewijzen dat ik net zo goed ben als de rest. Ik ga er helemaal voor.

We zeggen dat Hendrik positieve faalangst heeft, terwijl Peter vooral een negatieve faalangst heeft.

Positieve faalangst is een nuttige angst die er voor zorgt dat je in situaties die belangrijk voor jou zijn, optimaal presteert. Angst zorgt er namelijk voor dat je lichaam in actie komt en dat maakt goede prestaties mogelijk. Deze angst komt voort uit de wil om te presteren.

Negatieve faalangst zorgt er juist voor dat je bevriest en dat je te gespannen raakt om nog goed te presteren. Deze angst komt vooral voort uit de angst om af te gaan.

Een beetje spanning voor een prestatie is dus niet per se een probleem, maar kan je zelfs helpen om beter te presteren. Faalangst kan echter wel een groot probleem zijn. Hieronder leg ik uit wat de effecten van faalangst kunnen zijn.

Waarom is faalangst verkeerd?

In het voorbeeld van Peter en Hendrik kan het zo zijn dat ze beide even goed presteren. Het kan zelfs zo zijn dat Peter door zijn faalangst beter presteert dan Hendrik in deze wedstrijd.

Veel mensen houden dan ook vast aan hun faalangst omdat ze het idee hebben dat deze er voor zorgt dat ze beter presteren. Uit onderzoek blijkt echter duidelijk dat dit niet het geval is. Hieronder noem ik een aantal redenen waarom dat het geval is.

Faalangst zorgt dat je minder goed leert

Dit is wat mij betreft het belangrijkste nadeel van faalangst. Mensen die bang zijn om fouten te maken, ontnemen zichzelf de mogelijkheid om te leren. Fouten maken is namelijk altijd verbonden met leren. NIemand heeft leren lopen zonder te vallen bijvoorbeeld. En iedereen die een nieuwe taal heeft geleerd, kan voorbeelden geven van taalblunders die hij heeft gemaakt. (Zo wilde ik ooit tegen mijn schoonzus zeggen dat ze zo’n blanke huid heeft (“Gora” in het hindi) en noemde haar per ongeluk een paard (“Ghorra”))

Als je blijft vasthouden aan je faalangst, zul je nooit optimaal kunnen leren. Je zult minder snel risico’s nemen (want een fout maken lijkt je heel erg) en zult ook niet snel iets doen wat je nog niet helemaal goed kunt. Allemaal uit de angst om een onschuldig foutje te maken.

Faalangst zorgt ervoor dat je kritiek niet ter harte neemt

Voor mensen met faalangst is fouten maken heel bedreigend. Als ze dan toch een fout gemaakt hebben, gaan ze daar vaak niet handig mee om. Die omgang met kritiek kan op twee manieren fout gaan:

1. Kritiek niet accepteren: deze methode is vrij stijfkoppig, maar komt toch nog vaak voor. Mensen die deze tactiek toepassen schuiven kritiek af (“dit was niet mijn schuld”), of ontkennen simpelweg dat het fout was (“dat is jouw mening”). Het is duidelijk dat dit hun leren in de weg staat, maar hen bovendien ook niet populairder maakt bij de mensen met wie ze samenwerken.

2. Niet van kritiek leren: deze tactiek zien we vaker terugkomen. Hij bestaat er uit dat mensen boos op zichzelf worden, excuses aanbieden, zich beklagen over het feit dat ze zo stom zijn en over het algemeen een rotgevoel hebben. Ze nemen het zichzelf met andere woorden enorm kwalijk dat ze een fout gemaakt hebben.Wat ze echter niet doen is leren van hun fouten. Ze bedenken zich niet hoe ze de fout nog kunnen herstellen. En ze gaan niet na hoe ze deze fout in de toekomst kunnen voorkomen. Op die manier besteden ze dus een hoop mentale energie aan hun fouten, zonder dat ze er iets mee opschieten.

Als je echt beter wilt worden is het van groot belang dat je op tijd te horen krijgt wat je fout doet. Dan kun je er namelijk iets aan doen. Als je uit faalangst die feedback mist, ontneem je jezelf de kans om te presteren.

Faalangst kan er voor zorgen dat je “bevriest”

De Amerikaanse wetenschapper Tal Ben was in zijn jeugd squashkampioen van Israël en speelde mee voor het wereldkampioenschap squash. In zijn boek “De Optimalist” schrijft hij over het effect dat zijn faalangst had op zijn prestaties:

“Ik won de eerste twee games gemakkelijk en was twee punten verwijderd van de overwinning toen eerst mijn voeten, daarna mijn been en ten slotte mijn arm verkrampten Ik verloor de wedstrijd. Zo’n kramp had ik nooit gehad tijdens de training, hoe zwaar ik ook had getraind, en het werd me duidelijk dat de lichamelijke symptomen het gevolg waren van psychische druk. Wat mij op dat moment en op zoveel andere momenten in de weg stond, was mijn intense faalangst.” Tal Ben-Shahar

We zien dit bij mensen die op een minder hoog niveau presteren ook voortdurend voorkomen. Ze bevriezen wanneer ze een presentatie moeten geven, kunnen tijdens vergaderingen hun aandacht niet bij hun verhaal houden of lopen vast tijdens een onderhandeling.

Dit komt doordat ze zoveel druk op hun presteren zetten, dat ze letterlijk bezwijken onder de druk. In hun drang om te presteren (en dus om geen fouten te maken) zorgen ze er dus voor dat ze juist fouten maken. Net zoals dit bij Tal Ben Shahar gebeurde.

Is geluk niet belangrijker dan prestaties?

In de vorige alinea’s heb ik beredeneerd dat minder faalangst zorgt voor betere prestaties. Ik gebruik die argumenten met opzet, omdat mensen met faalangst presteren heel belangrijk vinden. Je zou je echter af kunnen vragen of presteren wel het uiteindelijke doel moet zijn.

Stel nu dat je de keuze moest maken tussen faalangst en supergoed presteren of geen faalangst en redelijk presteren. Oftewel gelukkig maar niet heel succesvol. Of ongelukkig en supersuccesvol. Veel mensen in onze maatschappij kiezen voor de tweede keuze. Waarschijnlijk uit de hoop dat succes alsnog gelukkig maakt. Ik denk echter dat een meer directe route naar geluk wel eens veel verstandiger kan zijn.


Wat kun je doen tegen faalangst?

Nu we kraakhelder hebben wat faalangst precies is, wordt het natuurlijk tijd om te kijken wat je er aan kunt doen. Zoals je hebt gezien gaat het bij faalangst vooral over de overtuigingen die je hebt. Het is dus zaak om die te veranderen. Dat kan door anders te gaan denken, maar sommige overtuigingen zijn zo hardnekkig dat ze alleen veranderen als je je anders gaat gedragen. We gaan dus kijken naar het veranderen van je overtuigingen en je gedrag.

Tip: als je liever geholpen wordt door een professional, kunnen wij je helpen bij de behandeling van je faalangst. Je kunt daarvoor contact opnemen via deze pagina.

Ik heb al eerder zeer uitgebreid geschreven over cognitieve gedragstherapie. Ik zal hier dan ook niet uiteen zetten hoe dit precies werkt. Daarom bespreek ik alleen een aantal nieuwe overtuigingen en nuttige gedragsexperimenten. Als je precies wilt weten hoe je die inzet, verwijs ik je graag naar het bovenstaande artikel.

Je overtuigingen veranderen

Er zijn een aantal overtuigingen die handig zijn als je beter wilt leren omgaan met je perfectionisme. Ik zal er hier drie bespreken.

Allereerst ga ik het hebben over mindset. Daarna gaat het over fouten maken in het algemeen en tot slot gaat het over de ultieme overtuiging: “je bent goed genoeg zoals je bent”. Allemaal overtuigingen die jouw helpen om meer ontspannen om te gaan met je eigen fouten.

Mindset

Mindset is een term die is gemunt door de Amerikaanse psychologe Carol Dweck. Zij bedoeld met mindset een verzameling van overtuigingen die je kunt hebben. In haar geval gaan die overtuigingen specifiek over presteren.

Dweck onderscheid een groeimindset en een statische mindset. Hieronder kun je zien welke overtuigingen bij welke mindset horen:

Groei MindsetStatische Mindset
Denkt dat vaardigheden aangeleerd zijnDenkt dat vaardigheden aangeboren zijn
Ziet tegenslag als natuurlijkGeeft snel op bij tegenslag
Vind moeite doen de enige manier om beter te wordenZiet moeite doen als een teken dat je het niet goed genoeg kunt
Zoekt kritiek op om beter te wordenGaat kritiek uit de weg omdat het pijn doet
Vind uitdagingen inspirerendZiet uitdagingen als bedreigend

De eerste overtuiging is de bron van alle problemen die een statische mindset met zich meebrengt.

Als je ervan overtuigd bent dat al je vaardigheden aangeboren bent, is elke prestatie die je levert een test. Een test om te bewijzen dat je het wel kunt.

Als je daarentegen geloofd dat je alles kunt leren, is elke prestatie een oefening. En van oefeningen die je verkeerd doet kun je een hoop opsteken.

Het behoeft geen uitleg dat falen voor mensen met een groeimindset veel minder belangrijk is dan voor mensen met een statische mindset. Voor mensen met een statische mindset betekent falen dat ze het niet kunnen, voor mensen met een groeimindset betekent het dat ze het nog niet kunnen. Dat is nogal een verschil.

Als je minder last wilt hebben van faalangst, is het nastreven van een groeimindset dan ook een goede oefening.

Fouten maken in het algemeen

We kunnen het er allemaal over eens zijn dat fouten maken niet fijn is. Als je mag kiezen tussen een fout maken en geen fout maken, kiest elk verstandig mens voor geen fouten maken.

Mensen met faalangst houden zich krampachtig vast aan dit uitgangspunt. Fouten maken is slecht en daar blijft het bij. Maar er valt nog wel meer te zeggen over fouten maken:

  • Overal waar mensen werken worden fouten gemaakt. Tot aan het hoogste niveau aan toe. Het is dus onmogelijk om je werk te laten doen door iemand die geen fouten maakt.
  • Als je aan het leren bent, hoort fouten maken erbij. Je kunt niet leren fietsen zonder af en toe van je fiets te vallen.  Als je nooit fouten maakt, kun je dus ook niet leren.
  • Geen fouten maken is een onderdeel van je kwaliteit. Sommige bedrijven kiezen er voor om minder kwaliteit te leveren zodat ze goedkoper zijn. Daar horen dan ook meer fouten bij. Die fouten zijn dan dus opgenomen in het bedrijfsmodel. Niet alle fouten zijn dus per se “fout”.


Faalangst

Mark Zuckerberg bij het (oude) motto van Facebook. “Beweeg snel en maak dingen stuk.”

Op de foto hierboven zie je het motto dat Facebook had tijdens hun startup fase. Ze gingen ervan uit dat ze niet snel genoeg voorwaarts gingen als er niet af en toe dingen kapot gingen. Inmiddels is de stabiliteit van de site belangrijker geworden, maar hier zie je dus een goed voorbeeld van een bedrijfsmodel waarin fouten maken geaccepteerd wordt.

Een beter uitgangspunt in de omgang met fouten is: “Ik probeer om geen fouten te maken. Als ik ze toch maak, probeer ik ze zo goed en kwaad als het kan te herstellen. En daarna ga ik er voor zorgen dat ik die fout niet nogmaals maak.

The Lean Startup

Mensen die in hun werk met faalangst worstelen, laat ik tegenwoordig wel eens “The Lean Startup” lezen. Dit boek van Eric Ries heeft van fouten maken een business model gemaakt.

Kort samengevat stelt Ries dat je zo snel mogelijk met een prototype van je product moet komen. Daarna zet je het bij je klanten uit en gebruik je hun kritiek (op jouw fouten) om het product beter te maken. Hiermee zorg je voor een product dat echt aansluit op de wensen van mensen.

In je eigen werk kun je dit bijvoorbeeld implementeren door niet die hele notitie te perfectioneren, maar een ruwe versie in te leveren bij een aantal mensen. Jij kunt dan leren van hun kritiek en tegelijk ook leren dat kritiek krijgen niet het eind van de wereld is.

Je bent goed genoeg zoals je bent

De belangrijkste “nieuwe” gedachte die je kunt leren is de overtuiging dat je goed genoeg bent zoals je bent. Uiteindelijk komen alle twijfels rondom presteren voort uit de angst dat je niet goed genoeg bent. Dat je onvoldoende presteert om serieus genomen te worden of een goed gevoel te hebben over jezelf.

Deze overtuiging is best lastig te veranderen, omdat onze maatschappij er vol van lijkt te zijn. We worden er continue aan herinnerd dat sommige mensen de X-factor hebben en anderen niet. En we krijgen in bladen en op TV continue mensen met perfecte levens te zien waaraan we ons spiegelen. En in vergelijking met hen steekt ons leven wellicht wat grijs af.

Toch is het mogelijk om in te zien dat mensen die beter presteren dan jij, niet direct meer waard zijn dan jij. We zijn het niet zo gewend om te spreken over de waarde van een mens, maar dat is waar het hier over gaat. Wat bepaald nu de waarde van een mens? Uiteindelijk moeten we vaststellen dat de waarde van een mens absoluut is en niet minder wordt naarmate je meer gaat verdienen of je slimmer bent.

Ook dit idee is trouwens terug te vinden in onze maatschappij, je moet er alleen wat beter voor zoeken. Zo staat het gelijkheidsbeginsel als eerste artikel in onze grondwet: Daarin staat duidelijk dat discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan. Voor de wet is iedereen dus gelijk.

Faalangst

Rosa Parks legde zich niet neer bij het oordeel dat anderen van haar hadden.

Een goed voorbeeld van iemand die overtuigd was van haar menselijke waardigheid is dat van Rosa Parks. Zij kwam uit een tijd waarin algemeen geaccepteerd was dat zwarte mensen minder waard waren dan blanke mensen. Het was dan ook de bedoeling dat zwarte mensen opstonden wanneer er een blank persoon binnen kwam.

Parks kwam hier tegen in opstand en haar protest leidde tot een verandering in de maatschappij. Wat was er nu gebeurd als Park gedacht had: “andere mensen vinden mij mnider waard, dus daar zal ik me maar aan houden?”

Het voorbeeld van Rosa Parks is inspirerend omdat ze op stond voor zichzelf in een maatschappij die tegen haar was. Maar wij hebben elke dag ook onze oorlogjes te winnen. Vooral tegenover ons zelf. Loop je met angst en beven het kantoor in van je directeur omdat die toevallig een hogere status heeft dan jij? Voel je je ellendig als je iemand ziet die knapper is dan jij? Het lijken kleine voorbeelden, maar elke keer dat jij moedwillig je waarde lager inschat dan die van anderen help je eigenlijk mee aan het verkleinen van die waarde.

Nieuw Gedrag

Je bent er nu wellicht van overtuigd dat fouten maken minder erg is dan je aanvankelijk dacht. Dat is al een mooie stap voorwaarts. Maar tussen denken en doen zit over het algemeen nog een behoorlijk stap. Durf jij de volgende experimenten ook aan?

  • Vraag eens iemand wat een bepaald woord betekent. Dit kan een werkgerelateerd woord zijn of “gewoon” een moeilijk woord. Het mag ook gerust een woord zijn dat je wel weet. Het gaat er om dat je tegenover iemand anders toegeeft dat jij het antwoord niet hebt.
  • Zoek doelgericht kritiek op. Boek een fileersessie in met collega’s waarin je elkaars werk becommentarieert. Of stuur klanten een beoordelingsformulier om helder te krijgen waar er nog verbetering mogelijk is.
  • Doe het eens wat rustiger aan. Controleer je werk eens een keer minder. Pak niet direct al het werk op dat er nog ligt, maar laat ook wat aan je collega’s over. Lever eens werk in dat misschien niet direct een 10 waard is, maar wel een solide acht.

Dit zijn drie kant en klare acties die je kunt ondernemen om te onderzoeken of je overtuigingen wel echt waard zijn.

In het eerste geval kan het bijvoorbeeld zijn dat je absoluut niet dom wilt lijken. En vragen naar een moeilijk woord kan de ander het idee geven dat je toch wat achter ligt qua intelligentie. Door deze situatie bewust op te zoeken, kun je ervaren hoe erg dit nu eigenlijk echt is. Waarschijnlijk legt je collega je geduldig het woord uit en blijft het daar bij.

De slang in huis

Er is een verhaal in het boedhisme van een man die zijn huis inloopt en een slang ziet liggen. Hij rent het huis uit en komt daar nooit weer. Op een dag moet hij echt iets uit zijn huis hebben en besluit hij terug te gaan. Wanneer hij binnen komt en de slang eens goed bekijken, blijkt het een opgerold stuk touw te zien.

Dit is voor veel mensen hoe ze met hun angst omgaan. Als ze denken dat iets eng is, rennen ze er het liefst vandaan. Maar als je de angst wat beter bekijkt, blijkt ze dikwijls helemaal niet zo eng te zijn als je dacht. Eens goed naar je angst kijken kan met andere woorden enorm helpen om je angst onder controle te krijgen.

En stel dat je collega uitroept: “Wéét je dat niet! Wat ben jij dom!” (Geef toe, dat is wel erg onwaarschijnlijk, maar goed.). Dat is ook een goede leerervaring. Je kunt dan namelijk ervaren dat het ook niet zo verschrikkelijk is dat je collega je dom vindt. Het leven gaat dan gewoon door en het avondeten smaakt ook nog precies even goed.

Nog sterker is natuurlijk om je eigen experimenten te bedenken. Dit is vrij gemakkelijk. Het komt er op neer dat je eerst helder moet hebben waar je nu precies bang voor bent. En als je dat helder hebt, kun je gaan zoeken naar manieren om nu juist die angstige situatie op te gaan zoeken. Allemaal om in de praktijk te ervaren dat die situatie zo angstig helemaal niet is.

‘Wie het lijden vreest, lijdt al door wat hij vreest’ Montaigne

Omgaan met blackouts en “dichtslaan”

Je kent het gevoel misschien wel. Je moet tijdens een vergadering het woord voeren en het lijkt alsof je nergens meer aan kunt denken. Of je bent een presentatie aan het geven en je slaat volledig dicht. We noemen dit ook wel een blackout hebben of dichtslaan.

Om uit te leggen waar deze blackouts door veroorzaakt worden, gebruik ik altijd een wat technische vergelijking. Stel je voor dat je werkgeheugen 1 gigabyte is. Tijdens een presentatie wil je eigenlijk dat die hele gigabyte bezig is met het verwerken van de presentatie.

Mensen die last hebben van faalangst, zijn echter veel bezig met het denken over hun prestatie. Gedachten die we veel voorbij horen komen zijn:

  • Wat zullen ze wel niet van me denken?
  • Wat nu als ik iets doms zeg?
  • Ik voel me heel gespannen, komt dat wel goed?
  • Het gaat helemaal verkeerd, zie je wel dat je er niks van kunt!

Deze gedachten zijn zo overheersend dat ze een groot deel van de gigabyte aan werkgeheugen in beslag nemen. Dat zorgt er voor dat je minder geheugen vrij hebt om aan je verhaal te denken.

Als je op dit moment cognitieve therapie gaat toepassen, zou dat wel eens het tegengestelde effect kunnen hebben. Je bent dan immers nog meer geheugen kwijt aan de innerlijke monoloog. En dus minder voor je verhaal.

Daarom gebruiken we in dit soort gevallen de taakconcentratietraining. Deze training houdt in dat je je concentreert op wat je aan het doen bent en niet op de gedachten in je hoofd. Je gaat je dus bewust niet concentreren op het denken over je prestatie, maar op de prestatie zelf.

In dit filmpje wordt helder gemaakt hoe sterk je aandacht is.

Met deze methode, veeg je dus eigenlijk alle cognities ineens van tafel. We zeggen dan ook wel dat de cognitieve gedragstherapie vooral iets is dat je gebruikt in de voorbereiding. De taakconcentratie oefeningen gebruik je tijdens de daadwerkelijke prestatie.

Behandeling voor faalangst?

Door de jaren heen hebben we veel ervaring opgedaan met de behandeling van faalangst. Faalangst kan in sommige gevallen (afhankelijk van de ernst van de klachten en het effect dat ze hebben op je presteren) gezien worden als een angststoornis. In dat geval wordt de behandeling vergoed door de zorgverzekeraar.

We worden echter ook vaak ingehuurd door mensen die worstelen met faalangst voor hun examen, tentamen of belangrijke presentaties. Hieronder horen ook cliënten die we voor hebben bereid op deelname aan een TV-programma en topsporters voor belangrijke toernooien.

Zoek jij behandeling voor faalangst. Neem dan contact met ons op via onze contactpagina. Wij streven ernaar om binnen vijf dagen een gesprek met je in te plannen. We helpen je graag.

Heb je vragen over faalangst? Stel ze dan gerust in de comments.

Robert Haringsma

About Robert Haringsma

Robert Haringsma is psycholoog en onderzoeker. Hij schrijft over onderwerpen als stress, zelfvertrouwen, depressie en angst.

Leave a Reply