Misschien leen je wel eens spullen of geld, bijvoorbeeld van een vriend(in) of familielid. Vaak wordt er een termijn afgesproken waarin je het weer teruggeeft of terugbetaalt. Anders is het wanneer je een grote drang voelt om telkens te stelen, en dit je leven gaat beheersen.

Stiekem iets meenemen zonder te betalen. Iedereen denkt er wel eens over na: ‘wat als…?’ Doe je het echt, dan is de schaamte vaak zo groot dat je het vervolgens nooit meer doet. Maar wat als je het toch blijft doen, omdat je het écht niet kunt weerstaan?

Betekenis van kleptomanie

Heel jonge kinderen hebben er een handje van om soms een snoepje te pikken. Misschien heb je dit vroeger gedaan, of herken je het bij je eigen kroost. De kans dat zij kleptomanie hebben of aan het ontwikkelen zijn, is behoorlijk klein. Wanneer je lijdt aan kleptomanie, heb je een haast obsessieve behoefte om te stelen. ‘Manie’ is ook wel afgeleid van ‘ziekelijke zucht.’

Iemand met kleptomanie wordt een ‘kleptomaan’ genoemd. Een kleptomaan steelt niet uit armoede of een gebrek aan spullen. Ook heeft een kleptomaan geen behoefte aan snoep. Integendeel: de spullen zelf doen hem niets. Het zijn vaak dagelijkse gebruiksvoorwerpen, zoals kleding, schoenen, make-up, parfum of tassen. Soms duur, soms goedkoop. Maar ook kleine, nutteloze frutsels worden meegenomen.

Ieder voorwerp kan de dupe zijn, maar vaak is er wel een duidelijke voorkeur. Achteraf worden de gestolen spullen opgeborgen in de kast, weggegeven als cadeau of weggegooid. Soms worden ze zelfs stiekem teruggebracht naar de winkel. Een kleptomaan steelt dus niet voor zichzelf of voor anderen.

Het belangrijkste symptoom van kleptomanie is het toenemende gevoel van spanning vlak voor de diefstal, en het gevoel van opluchting erna. Tijdens het stelen ontstaat een gevoel van overwinning of ontspanning. ‘Word ik wel of niet gepakt?’ Wanneer je naar buiten loopt en de detectiepoortjes niet afgaan, voel je euforie. Het is je wéér gelukt om ongeschonden naar buiten te glippen. Dat geeft een sterk beloningsgevoel.

Eenmaal thuis, weet je niet wat je met deze spullen aan moet. Je stort misschien in elkaar en voelt je leeg, schuldig of depressief.

Toch is niet stelen geen optie. Je verlangt weer naar de rush van het stelen. Niet alleen stelen in de winkel komt voor. Ook stelen van een ander, zoals je moeder of een goede vriend(in). Vaak zonder schaamte, tenminste… voor even.

Impulscontrolestoornis

De meeste mensen hebben een rem op hun natuurlijke driften. Anders zou een situatie al bij het minste of geringste kunnen escaleren. Denk aan een flinke ruzie die uitloopt op fysiek geweld. Bij een dwangstoornis is deze rem op bepaalde gebieden verstoord, waardoor je eraan toe moet geven. Dat geldt ook voor kleptomanie.

Omdat de drang om te stelen zo sterk is, kun je je hier niet tegen verzetten. Zelfs als er een bepaald stemmetje is die zegt: ‘doe het niet!’ Daarom wordt deze psychische aandoening ingedeeld in de groep ‘stoornissen in de impulsbeheersing’.1 Pyromanie (brandstichting) en gokverslaving vallen hier ook onder. Impulscontrolestoornissen gaan over geen weerstand kunnen bieden tegen je natuurlijke impulsen. Wanneer je niet steelt, voel je onrust of negatieve stress.

kleptomanie

pyromanie is net als kleptomanie een stoornis in de impulscontrole

Het stelen gebeurt in een oogwenk. Je ziet iets en wil het direct hebben. Zonder twijfel. Er is dus geen voorbereiding geweest op de diefstal. De kans om betrapt te worden is zeer groot, en dat weet je. Dat geeft juist die spanning waar je naar op zoek bent. Zodra een politieagent of winkelmedewerker je in de gaten houdt, overweeg je om het toch niet te doen. De pakkans is dan te groot.

Toch neemt iemand die lijdt aan kleptomanie het niet zo nauw met de kans om betrapt te worden. Kleding wordt zonder pardon onder de eigen kleding aangetrokken of spullen rechtstreeks in de tas gestopt. De grootste uitdaging voor een kleptomaan is: ‘hoe krijg ik dit de winkel uit zonder betrapt te worden?’ Dat maakt het niet zonder risico’s.

Wanneer is er sprake van kleptomanie?

Niet iedereen die (regelmatig) steelt, is automatisch een kleptomaan. Het ligt een stuk genuanceerder.
Zo herken je kleptomanie:

  • Het stelen gebeurt niet omdat je boos of verdrietig bent (op een ander);
  • Het stelen gebeurt regelmatig;
  • Het stelen gebeurt niet omdat je in geldnood zit;
  • Het stelen gebeurt niet door hallucinaties, zoals een psychose;
  • De spullen die worden gestolen, zijn niet van persoonlijke waarde of bedoeld om zelf te gebruiken;
  • De onbedwingbare behoefte om te stelen overheerst alles;
  • Het stelen wekt toenemende adrenaline en andere sensaties op, zoals lust of ontspanning;
  • Het stelen doe je zelf, zonder dat anderen je helpen;
  • Er zijn nog andere psychische stoornissen bij betrokken.2

Herken je meer dan de helft van deze punten? Dan is er mogelijk sprake van kleptomanie. Lees hier hoe je een therapeut kunt vinden in de buurt.

Ontstaan van kleptomanie

Kleptomanie komt niet vaak voor en ontstaat ook niet zomaar. Als het ontstaat, dan komt het vaak bij jongvolwassenen voor. In de puberteit zijn de meeste jongeren bezig met het ontwikkelen van hun eigen ‘ik’ en zijn ze minder gericht op het ‘wij.’ In deze periode worden hun normen en waarden verder ontwikkeld en vormgegeven.

Vrouwen krijgen vaker kleptomanie dan mannen. Sommige theorieën linken naar de relatie tussen hormonale schommelingen en het ontstaan van kleptomanie. Dit kan betekenen dat vrouwen over het algemeen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van kleptomanie.3

Een opeenstapeling van traumatische gebeurtenissen of ervaringen, ook wel life-events, zijn een stimulans voor kleptomanie. De psychische aandoening is dan een uiting van een onderliggende pijn, behoefte of wens.

Hieronder lees je nog meer voorbeelden en oorzaken die meespelen bij de ontwikkeling van kleptomanie:

  • Een kleptomaan kan een zorgeloze jeugd gehad hebben, maar dat hoeft niet. Meestal heeft er zich al veel in de vroege kindertijd of jonge volwassenheid afgespeeld voordat er kleptomanie wordt vastgesteld. Als je ouders gaan scheiden, maakt dat impact. Ook pesten laat diepe voetsporen na. De negatieve gevoelens die daardoor ontstaan (langdurige stress, angst, paniekaanvallen, depressie) en opgekropt worden, kunnen de basis worden van kleptomanie.
  • In het verlengde daarvan kunnen de negatieve gevoelens gebaseerd zijn op ‘een gebrek aan’. Zo was er bijvoorbeeld niet voldoende waardering, liefde, veiligheid, warmte en compassie op momenten dat je het nodig had in de kindertijd of puberteit. Zelfs op latere leeftijd komt dit nog voor. De spullen dienen onbewust als een vervanging of opvulling voor dit gemis.
  • Iemand met kleptomanie heeft last van bepaalde dwanggedachten. Dit kan gedeeltelijk ‘in’ iemand zitten en versterkt zijn door de omgeving. Het stelen geeft een kick en is tegelijkertijd een dwang, wat een link heeft met een Obsessief Compulsieve Stoornis (OCS) of stemmings- en eetstoornissen. Het is dus niet ongewoon dat kleptomanie samengaat of een uiting is van andere psychische aandoeningen.4
  • Als kind kun je bepaalde kwaliteiten hebben die niet gestimuleerd worden, waardoor de ontwikkeling daarvan wordt geremd of zelfs helemaal stopt. Andersom doet zich ook voor dat sommige kwaliteiten juist teveel gestimuleerd worden. Dit kan verkeerd gedrag in de hand werken, omdat er nooit geleerd is om hier correct mee om te gaan.
  • Er kunnen biologische factoren zijn, zoals afwijkingen in de hersenen. Er zijn casussen bekend dat er sprake was van hersenschade, een tumor, narcolepsie (onbedwingbare slaapaanvallen) of dementie.5
  • Kleptomanie kan voorkomen als je bepaalde seksuele behoeften hebt die je niet kunt uiten. Of je maakt juist iets mee op seksueel vlak, zoals seksueel misbruik of pijn bij het vrijen. Relatieproblemen komen ook voor bij kleptomanie.6

Uiteindelijk bepalen levenservaring, opvoeding, genetische aanleg, persoonlijkheid, biologische factoren en seksuele/relationele problemen gezamenlijk of iemand lijdt aan kleptomanie.

Stoppen met kleptomanie

Een belangrijke eerste stap om kleptomanie aan te pakken, is door het niet langer stiekem te doen. Dat doe je door het probleem te erkennen en er met iemand over te praten. Dit is tevens ook de moeilijkste stap. De stappen hierna kunnen je meer inzicht geven, bijvoorbeeld met hulp van een psycholoog of psychiater.

  • Zoek de oorzaak. Dat lukt alleen door terug te gaan naar je kinderjaren en gebeurtenissen die je hebt meegemaakt. Of misschien heb je nog ergens anders last van. De oorzaak vinden lukt vaak beter met hulp van anderen vanwege de confrontatie met jezelf.
  • Schrijf op wat je triggert om te gaan stelen en wat er na het stelen met je gebeurt. Dit kan een handig hulpmiddel zijn tijdens het traject bij een psycholoog. Zo kun je aan de hand van je emoties op dat moment makkelijker achterhalen wat je beweegt en waarom.
  • Belangrijk: zoek hulp op allerlei manieren. Wacht niet totdat je écht problemen krijgt en gepakt wordt. Daarvoor kun je contact opnemen met je huisarts. Hij/zij zal je doorverwijzen naar de psycholoog. Je kunt je ook aansluiten bij een groep met lotgenoten voor tips en adviezen. Dat geeft mogelijk meer zelfvertrouwen en herkenning.


Behandeling van kleptomanie

Een groot deel van iemand met kleptomanie handelt onbewust. Ook lijkt het vaak een ‘normaal’ persoon die een baan heeft, maar zichzelf steeds verder in de problemen brengt. Met alle gevolgen van dien. Problemen met justitie en op sociaal vlak komen geregeld voor als de kleptomaan betrapt wordt.

Wanneer er ook sprake is van een depressie, kan het tot een selffulfilling prophecy leiden. Je steelt, het stofje dopamine komt vrij. Je voelt je weer even gelukkig en bevrijd van de depressie. Daardoor is het lastig om te beseffen dat het uiteindelijk steeds erger wordt.

Dat maakt kleptomanie lastig te erkennen, waarbij bovendien veel discipline en inzet nodig is om je gedrag te beheersen en te veranderen. Toch is kleptomanie over het algemeen, met de juiste middelen, goed te behandelen.

Onderstaande behandelmethoden worden toegepast bij kleptomanie:

  • Er kan medicatie voorgeschreven worden om de impulsen te beheersen en/of bij het behandelen van een depressie.
  • Begeleiding in de vorm van cognitieve gedragstherapie geeft onder andere inzicht in gewoontes en denkpatronen. Samen met een psycholoog kan iemand met kleptomanie zijn gedachten en overtuigingen gericht behandelen, waardoor het gedrag ook verandert. Het is wetenschappelijk aangetoond dat cognitieve gedragstherapie helpt bij klachten zoals depressie, angst en stress.Je kunt bijvoorbeeld leren om de impuls om te stelen te associëren met walgelijke beelden, zoals overgeven in het openbaar of misselijkheid. Ook kun je de nare gevolgen van het gedrag (aan)leren, zoals gearresteerd worden en in de gevangenis terechtkomen.7

Een andere vorm binnen gedragstherapie is cognitieve herstructurering, waarbij negatieve gedachten plaats maken voor meer positieve gedachten. Daardoor veranderen emoties en uiteindelijk het gedrag.

In sommige gevallen zijn er relationele problemen die eerst opgelost moeten worden. Dan wordt de partner betrokken bij de behandeling. Ook als er een depressie is, wordt deze eerst behandeld.

Casus Anne

Anne heeft als kind weinig positieve dingen meegemaakt. Ze zat op een school waar ze zich eigenlijk niet op haar plek voelde en haalde daardoor lage cijfers. Haar ouders waren ervan overtuigd dat ze niet haar best deed. Op haar rapport stonden tenslotte alleen maar drieën en vieren. Daardoor begon Anne te denken dat ze nergens goed in was. Haar oudere broer zat op het Atheneum en haalde daar hoge cijfers. Hij kreeg meer aandacht en mocht zelfs op vakantie met zijn vrienden toen hij een 10 haalde voor Wiskunde.

Uiteindelijk ging Anne van school om te gaan werken. In haar werk had ze altijd het gevoel dat niemand naar haar omkeek. Ze had een paar vriendinnen, maar zij gingen doorstuderen en op kamers. Daardoor zag ze hen nog maar weinig. Ze wilde wel zo snel mogelijk uit huis, dus werkte ze hard om in een studio van 30 m2 te kunnen wonen. Hobby’s had ze nauwelijks.

Na een tijdje kreeg Anne een vriend, die ze leerde kennen via een gemeenschappelijke kennis. Hij gaf haar niet zoveel aandacht omdat hij veel van huis was voor zijn werk. Daardoor voelde Anne zich alleen. Ze ging stelen om toch het gevoel te krijgen dat ze ergens goed in was. Ze merkte dat ze zich op zulke momenten heel goed voelde. Het begon met een chocoladereep, maar het werden steeds grotere en duurdere spullen. Ze probeerde telkens de grens op te zoeken en daar overheen te gaan. Hier lag voor haar meer uitdaging.

Ze kwam er altijd mee weg, maar voelde zich ondertussen steeds slechter worden. Ze at nog maar weinig en alles draaide om het stelen in winkels. Op koopavonden en vrije dagen was ze altijd in de stad te vinden. Ze sprak haar ouders en vriendinnen niet meer uit schuldgevoel. Haar vriend had niet door wat ze allemaal had opgeslagen in haar kledingkast.

Anne besloot naar de huisarts te gaan, omdat ze zwaar in de put zat. De huisarts verwees haar door naar de psycholoog. Daar ging ze gericht aan de slag met haar gedachten.

Het bleek dat Anne zichzelf niets waard vond en kleptomanie had ontwikkeld door een herhaaldelijk gebrek aan steun, aandacht en erkenning. Daardoor had ze vaak depressieve gevoelens na het stelen, maar voelde ze zich geweldig als het stelen haar was gelukt. Dat voelde als een medicijn voor haar, maar werkte uiteindelijk alleen maar averechts.

Tijdens het traject ziet ze in dat haar gedachten en opvattingen erg negatief zijn. Door haar jeugd plaatste ze zichzelf altijd onderaan. Daarom hield ze er ook niet van om op de voorgrond te treden.

Ze leert nu hoe ze dit kan ombuigen naar iets positiefs, zodat haar algehele mindset verandert. Haar vriend is betrokken bij het traject, zodat hij haar kan steunen en helpen. Onlangs heeft ze het salsadansen weer opgepakt en leert ze nieuwe mensen kennen.

Omgaan met kleptomanie

Voor ouders kan het een schok zijn als hun zoon of dochter kleptomanie heeft. Vooral als er ook wat gestolen is uit huis. Het is moeilijk om te beseffen dat dit niet persoonlijk is, maar dat het om het stelen zelf gaat.

Een eerste reactie op kleptomanie kan zijn: afstand willen nemen, paniek of angst. Ook wantrouwen, schaamte en vooroordelen kunnen een grote rol gaan spelen in de onderlinge relatie en communicatie. Soms wordt het zelfs de kop ingedrukt. Dit belemmert alleen maar de weg naar herstel.

Als ouder of familielid kun je het probleem niet oplossen. Het is daarom belangrijk om te luisteren en je in te leven in wat iemand met kleptomanie voelt, denkt en doet. De redenen waarom iemand steelt, zijn belangrijk om het hele plaatje te begrijpen. Vooral omdat kleptomanie complex is en diep geworteld zit. Begrip en respect zijn belangrijker dan bezorgdheid, ontkenning of angst over de situatie.

Bronnen

  1. Essers, G. (2003). Psychiatrische aandoeningen en DSM-IV: Wat heeft de huisarts daar nou aan? Available at SSRN: https://www.henw.org/artikelen/psychiatrische-aandoeningen-en-dsm-iv-wat-heeft-de-huisarts-daar-nou-aan
  2. Vandereycken, W., Hoogduin, C.A.L, Emmelkamp, P.M.G (1990). Handboek psychopathologie. Stoornissen in de impulscontrole (p. 427). Available at SSRN: https://books.google.nl/books?id=drcjMLk6KnAC&pg=PA427&lpg=PA427&dq=kleptomanie+vrouwen&source=bl&ots=0WLwERKwa4&sig=ACfU3U2O2XArIOdlkhdfgNmiAeeLyc-Ung&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwim4_bZvdHpAhWrMewKHU03AtA4ChDoATAHegQICRAB#v=onepage&q=kleptomanie%20vrouwen&f=false
  3. Groot, B. & Colon, E.J. (1998). Korte bijdrage Kleptomanie, een moeilijk grijpbaar fenomeen. Uitgave Tijdschrift voor Psychiatrie 40e editie. Available at SSRN: http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/assets/articles/articles_505pdf.pdf
  4. Amsterdam UMC (2020). Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCS). Available at SSRN: https://www.amc.nl/web/specialismen/psychiatrie/psychiatrie/obsessieve-compulsieve-stoornis-ocs.htm
  5. Stichting Staatsziekenhuis State Health Foundation (2020). Kleptomanie (Steelzucht). Available at SSRN: https://www.szf.sr/gezondheidsencyclopedie/glossary/k/kleptomanie-steelzucht/
  6. Meijer, S. (1992). De behandeling van een jonge vrouw met depressie, boulimie, kleptomanie en dyspareunie (12-4-377). Available at SSRN: https://www.directievetherapie.nl/artikelen/jaargang12/de-behandeling-van-een-jonge-vrouw-met-depressie-boulimie-kleptomanie-en-dyspareunie-12-4-377/
  7. Groot, B. & Colon, E.J. (1998). Korte bijdrage Kleptomanie, een moeilijk grijpbaar fenomeen. Uitgave Tijdschrift voor Psychiatrie 40e editie. Available at SSRN: http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/assets/articles/articles_505pdf.pdf
Robert Haringsma

About Robert Haringsma

Robert Haringsma is psycholoog en onderzoeker. Hij schrijft over onderwerpen als stress, zelfvertrouwen, depressie en angst.

Leave a Reply